Historisch-grammatikale exegese en Midrasj – Rasjie over Deuteronomium 1:1


We vinden meteen een prachtig voorbeeld van de uitlegkunst van Rabbi Jitzchaq op de woorden van het eerste vers. Daar lezen we: “Dit zijn de woorden, die Mozes gesproken heeft tot geheel Israël, aan de overzijde van de Jordaan, in de woestijn, in de steppe tegenover Suf, tussen Paran en Thofel, en Laban en Chatserot en Die-Zahab.

rasjie_10

Dit zijn de woorden – omdat Rasjie de toespraken van Mozes in dit boek beschouwt als strafredenen (tokhachot), verbindt hij de plaatsen die genoemd worden met misdrijven van het volk. Vanwege de eer van Israël worden die misdrijven niet rechtstreeks benoemd, maar alleen met de plaatsnamen aangeduid.
Om diezelfde reden lezen we dat deze woorden worden gesproken tot geheel Israël. Je zou kunnen verwachten dat dit betekent, dat geheel Israël zich schuldig had gemaakt. Maar niet volgens Rasjie. Hij citeert een midrasj met een andere strekking. Stel dat Mozes een deel van het volk bestraffend had toegesproken, dan zouden anderen gezegd hebben: “als wij erbij geweest waren, hadden wij wel geweten wat wij moesten antwoorden.” Nu het gehele volk verzameld was, kon iedereen hem antwoord geven.
Waarom staat er nu “in de woestijn”? Zij waren immers nu in de steppen van Moab. Dat moet een verwijzing zijn naar Exodus 16:3, waar we lezen dat het volk God vertoornd had in de woestijn. Datzelfde geldt voor de uitdrukking “in de steppe”, wat verwijst naar de zonde van het volk in Shittiem, het dienen van de Ba’al-Pe’or, in de steppen van Moab. Ook de uitdrukking “tegenover Soef” kan zo worden gelezen, omdat zij bij de Schelfzee (in het Hebreeuws: jam soef) weerspannig waren geweest. (Psalm 106:7)
Het is moeilijker om een dergelijke toepassing te vinden voor de overblijvende plaatsnamen, namelijk Paran, Thofel, Laban, Chatserot en Die-Zahab. Rasjie citeert R. Jochanan, die “de gehele Bijbel nagegaan (is) en (…) geen plaats gevonden heeft, waarvan de naam Thofel en Laban luidt.” Thofel kan echter worden gelezen als tofel, d.i. hij lasterde. Laban betekent “wit”. De combinatie van deze woorden kan dan gelezen worden als een verwijzing naar het boek Numeri (21:5), waar het volk gelasterd heeft met woorden over het manna, dat immers wit was, door te zeggen: “wij hebben een afkeer van de nietige spijs.” Langs die weg kan ook Paran worden begrepen als de woestijn van Paran, waar de geschiedenis van de verspieders zich afspeelt. Dan leest Rasjie de plaatsnaam Chatserot als een verwijzing naar de opstand van de zonen van Korach. Ten slotte is er nog een prachtige verklaring van laatste plaatsnaam, namelijk Die-Zahav. Zahav betekent goud. Daarom kan Rasjie zeggen dat Mozes het volk bestraft heeft vanwege het gouden kalf.
Het speelse gemak waarmee Rasjie deze plaatsnamen op een andere dan een geografische wijze uitlegt, staat in schril contrast tot de soms pijnlijke poging van conservatieve bijbelgeleerden uit de 19e eeuw, om de exacte plaats vast te stellen aan de hand van de aanduidingen in het eerste vers. Je zou de vraag kunnen stellen welke van deze beide benaderingen, het dichtste bij de waarheid komt. In de geografische benadering ligt de waarheid voorbij de aanduidingen.
2018-06-14_0622
Er is iets in de historische werkelijkheid, dat met deze namen corresponderen moet. Bij Rasjie ligt de waarheid als het ware opgesloten in de tekst zelf. De plaatsnamen verwijzen immers naar andere delen van de Thora, en zo kan worden bereikt dat het karakter van de woorden die Mozes heeft gesproken, wordt omschreven – in plaats van de zuivere aanduiding van de plaats waar ze geklonken hebben.
In een zuivere historisch-grammatikale exegese is er voor de uitlegkunst van Rasjie en Rabbi Jochanan geen plaats. De historiciteit van de Schrift wordt gevonden in de correspondentietheorie van de waarheid. A in de tekst verwijst naar A’ in de werkelijkheid. Natuurlijk is dat ook, en Rasjie weet dat als geen ander, de primaire betekenis van de tekst. Maar voor Rasjie betekent dat nog niet, dat daarmee de waarheid van de Schrift uitputtend is beschreven. De plaatsnamen worden benut om de aandacht te vestigen op de veronderstelling van de toespraken van Mozes, namelijk de geschiedenis van de 40 jaren in de woestijn. De relatief onbelangrijke plaatsaanduidingen, moeten dan plaatsmaken voor de veel belangrijker tijdsaanduidingen.
Zie deze link naar Sefaria

Deze diashow vereist JavaScript.

1 reactie

Opgeslagen onder bijbelstudie, Exegese

Een Reactie op “Historisch-grammatikale exegese en Midrasj – Rasjie over Deuteronomium 1:1

  1. Pingback: Thomas van Aquino, Rasjie, Augustinus, Calvijn, Ananias en Saffira - de lange uitzending... - KOINONIA BIJBELSTUDIE

Geef hier je commentaar op het artikel...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.