Het ordenen van het Amidah gebed – Megillah 17


Door rabbi Heather Miller

Voor de uitvinding van de drukpers in de jaren 1400, werden teksten – die zeer duur waren – moeizaam met de hand geschreven en vaak uit het hoofd geleerd. Lange stukken tekst werden zorgvuldig geordend om het memoriseren te vergemakkelijken, vaak gegroepeerd in clusters van drie of zeven en gebruik makend van geheugensteuntjes – het soort dat je misschien gebruikt hebt op de lagere school om te studeren voor een proefwerk.

Vandaag leren we dat sommige van deze technieken ook werden gebruikt om het centrale gebed van het Jodendom te maken: de Amidah. De rabbijnen ontwierpen de Amidah – een cascade van zegeningen van lof, verzoek en dankbaarheid – met opzet als een logische progressie, waarbij elke zegen vloeit uit de volgende, of op zijn minst op een gedenkwaardige plaats wordt geplaatst. Dit maakte het ritme van het gebed natuurlijker, en maakte het onthouden van de gebeden gemakkelijker. Of misschien is het juist andersom: Misschien bedachten de rabbijnen mnemonics om mensen te helpen de volgorde te onthouden. Het is moeilijk te zeggen – kijk wat je denkt!

De Amidah begint met drie zegeningen van lof, die zijn opgebouwd rond de thema’s van patriarchen (avot), machtige daden (gevurot) en heiligheid (kedushah) die elk geworteld zijn in de opening van Psalm 29:

De wijzen leerden:

Vanwaar komt het dat men de zegen van de aartsvaders zegt? Zoals er staat: “Schrijf de Heer toe, machtigen.” (Psalmen 29:1)

En vanwaar komt het dat men dan de zegen van de machtige daden zegt? Zoals het in het vervolg van dat vers staat: “Schrijf de Heer heerlijkheid en kracht toe.” (Psalmen 29:1).

En van waar is het afgeleid dat men dan zegt de zegen van heiligheid? Zoals het in het volgende vers staat: “Geef aan de Here de eer die Zijn naam toekomt; aanbid de Here in de schoonheid van heiligheid.” (Psalmen 29:2)

Als je Psalm 29 kent – en veel mensen leerden psalmen uit het hoofd, zowel toen als nu – heb je een geheugensteuntje om de eerste drie zegeningen van de Amidah te onthouden.

Van daaruit gaat de Amidah over in een reeks petitionaire gebeden, waarvan de eerste om begrip (binah) vraagt. Waarom is dat? Opnieuw zijn het bijbelse verzen die de progressie suggereren, deze keer van twee aangrenzende verzen in Jesaja:

En waarom vonden zij het nodig om de zegen van begrip (Amidah zegen #4) in te stellen na de zegen van heiligheid (Amidah zegen #3)? Zoals er staat: “Zij zullen de Heilige van Jakob heiligen en de God van Israël vereren” (Jesaja 29:23), en aangrenzend aan dat vers staat geschreven: “Ook zij, die in den geest dwaalden, zullen tot inzicht komen.” (Jesaja 29:24)

Evenzo, een ander vers uit Jesaja – “En zij zullen met hun hart begrijpen, berouw hebben en genezen worden” (Jesaja 6:10) – brengt ons van het thema van begrip naar berouw, wat de reden is waarom – je raadt het al – de vijfde zegen van de Amidah over het thema van teshuvah gaat.

Je zou kunnen veronderstellen, gebaseerd op dat vers uit Jesaja, dat genezing op de zesde plaats zou komen in de volgorde van zegeningen. Immers, Jesaja zegt: begrijp, bekeer je, word genezen. Maar in feite vraagt de zesde zegening van de Amidah om vergeving en is het pas de achtste zegening die om genezing vraagt. De rabbijnen hebben ook een vers om dat uit te leggen: Jesaja 55:7, waarin sprake is van berouw en dan vergeving. En eigenlijk is dit ook een logische volgorde op zich.

Daarna leren we dat het zevende gebed van de Amidah dat van de verlossing (geulah) is, omdat het getal zeven een prominente plaats inneemt met betrekking tot het concept van verlossing. Zoals Rava uitlegt:

Aangezien het Joodse volk voorbestemd is om verlost te worden in het zevende jaar (van de sabbatscyclus), hebben zij bijgevolg verlossing vastgesteld als de zevende zegening.

Het zevende jaar van de sabbatscyclus, het sjmita-jaar, is een jaar van bevrijding voor het land – dat niet wordt bewerkt en mag rusten – en voor schulden, waardoor de mensen met een schone lei de volgende zevenjarige cyclus in kunnen gaan. In overeenstemming met dit thema, leert Rava, zal de uiteindelijke verlossing van het Joodse volk ook komen in het shmita jaar – en wij zullen daarvoor bidden in de zevende zegening van de Amidah.

Het achtste gebed van de Amidah wordt eveneens herinnerd vanwege zijn nummer. Wij bidden voor genezing (refuah) in de achtste zegen omdat:

Rabbi Aha zei: Aangezien de besnijdenis werd toegewezen aan de achtste dag van het leven, en de besnijdenis genezing vereist, bijgevolg stelden zij genezing vast als de achtste zegening.

Enzovoort. We moedigen u aan de pagina te verkennen om meer te weten te komen. Tegenwoordig hebben de meesten van ons deze mnemonics niet nodig om de volgorde van de gebeden te onthouden – we kunnen de tekst op zoveel manieren raadplegen. Maar in de oudheid kan dit het Joodse volk geholpen hebben om de Amidah in volgorde te reciteren – dezelfde volgorde die wij tot op de dag van vandaag gebruiken.

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.