De Makke van Vrijdenkerij – een gastblog

DE MAKKE VAN VRIJDENKERIJ

Vrijdenkers begeven zich op het terrein van de argumentatie, ze willen alles beredeneerd hebben, slechts logische zekerheid scheppen. Dat is een (ook) belangrijk aspect van het atheïsme. Wij geloven daarentegen in God, dat is een zekerheid van het hart. Door aspecten van het geloof – die uit het hart afkomstig zijn – onderling te gaan vergelijken met zuiver verstandelijke zaken, worden mijns inziens appels letterlijk met peren vergeleken. Het is een zinloze strijd die uiteindelijk alleen maar verliezers kent. De gelovige weet vanuit het hart dat hij gelooft in God, in de Heere Jezus Christus; waarom willen atheïstische verstandelijke denkers dat kapot redeneren? Wat schiet je er mee op en wat bewijs je er mee? Dat je het “gelijk” aan jouw zijde hebt? En als je voldaan tot de conclusie bent gekomen dat je gelijk hebt, wat bewijst dat dan? De ander is het levende bewijs van het geloof in een God die verstandelijk niet te begrijpen valt. Omgekeerd geldt dit alles natuurlijk ook voor verstarde gelovigen, die elke vorm van vergelijkende wetenschap rigoureus afwijzen.

Ik snap dat de apologetische argumenten van het Christelijk geloof niet serieus genoeg worden genomen door vrijdenkers. Natuurlijk roept elke these een anti-these op, dat weten we al van de filosoof Hegel. Alleen betoogde Hegel dat deze these en anti-these idealiter zouden kunnen leiden tot een synthese, een som der delen die méér is dan die som alleen, bijvoorbeeld tot nieuwe inzichten zou kunnen leiden. Ik ervaar het beredeneren van het geloof “zuiver” vanuit het verstand als zeer eenzijdig en zelfs ééndimensionaal. De rede kan leiden tot synthese, maar ook van een nieuwe meta-anti-these, waarbij de groepen debatanten uit elkaar gaan en niet meer naar elkander luisteren. De rede is in staat om alles kapot te redeneren, daarmee bedoel ik dat het menselijke denken grofweg beperkt is tot het denken in oorzaken en gevolgen. Als iets niet exact strookt met het denken van A naar B, dan begeven we ons verstandelijk in paradoxen en metafysische aspecten. En daar zijn verstandelijke mensen wars van. Vandaar dat de filosoof Aristoteles in het verstandelijk redeneren zo veel terrein heeft gewonnen in de Westerse wetenschappelijke wereld van de logica.

Wij geloven in een God die we niet kunnen zien, niet afbeelden. Dit wordt door atheïsten aangegrepen in hun redenatiestellingen, verstandelijk gewogen en vervolgens als onwaar bestempeld, danwel aangemerkt als een soort fantasiebeeld dat voort zou komen uit puur menselijke wensen of behoeften. Alsof wij een grote pappa nodig hebben omwille van onze behoefte aan geborgenheid, etcetera. Hier zien we duidelijk het verschil tussen verstand en het hart, want dat wat vanuit het hart komt, is in verstandelijk opzicht op zijn minst verdacht. Vandaar dat wij als verantwoordelijke volwassenen bijvoorbeeld smoorverliefde jongeren vaak afschilderen als zij die letterlijk “in de liefde gevallen” zijn (falling in love). Kijk naar hun gedrag, hun ogen, hun verliefdheid. Het lijkt er op alsof ze in een andere dimensie leven, men gaat totaal in elkander op. Het lijkt gezien vanuit een pure verstandelijkheid dat ze welhaast waanzinnig zijn, ze zetten zichzelf en alles op het spel voor die ene partner waar ze dus verliefd op zijn. Kunnen we verliefdheid en liefde, of zelfs de liefde van God en tot God zomaar afdoen als iets “waanzinnigs” omdat het niet te beredeneren valt? Is verliefdheid slechts een werking in het lichaam van scheikundige elementen, die ons een verrukt gevoel van existentiële betekenis geven? Is daarmee alles verklaard?

Atheïsten maken meer kapot dan ze waarschijnlijk lief is. Het geloof in het verstand kunnen we echter ook aanmerken als iets ongrijpbaars, iets dat we niet kunnen waarnemen van buitenaf. We kunnen slechts hersengolven waarnemen op een daarvoor bestemd apparaat, maar de gedachten die iemand heeft, zijn volkomen privé. En we geloven ook nog in onze privégedachten, die in combinatie met (alle) andere zintuigen het bedrieglijke gevoel oproepen dat we beschikken over één en het zelfde onveranderlijke “ik”. Terwijl, als we onszelf nauwlettend waarnemen, veranderen we onafgebroken van gedachte, gevoel, emotie en ga zo maar door. We laten ons leiden door onze gedachten, maar zien ook dat er gedachten zijn die we niet zo netjes vinden, gedachten die zich bijvoorbeeld tegen de andere mens richten. We laten ons er in ons gedrag niet door leiden, maar we zien heus dat het niet allemaal even vreedzaam is wat er in onze gedachten verschijnt. Is dat allemaal toe te schrijven aan dat “ik” of ego? Hebben we wel zo’n onveranderlijk en substantieel “ik”? Ik nodig een ieder uit om in zichzelf dat “ik” op te zoeken; waar is het? Waar houdt het zich exact op? In onze hersenen? En waar is het dan te lokaliseren? Als je het serieus probeert, kun je zelfs bang worden. Want hoe dieper je kijkt, des te meer raak je ervan overtuigd dat er helemaal niet zoiets bestaat als een substantieel “ik”, maar eerder van een onafgebroken stroom van veranderende gedachten, gevoelens, enzovoort. En op een dergelijk “verstand” vertrouwen wij in ons doen en laten? Redenatie kan slechts een instrument zijn in concentratie, we kunnen veel onderzoeken door middel van een geconcentreerd verstand. Maar slechts in praktische en fysische zin kunnen we het één en ander tot op zekere hoogte via onderlinge vergelijking “bewijzen” in werkzaamheid. Dat noemen we dan “wetenschap”.

Alles wat bestaat, heeft een oorzaak en het heelal is begonnen te bestaan. Dit vooronderstelt dat het universum een oorzaak moet hebben. Dat is een klassieke redenering, die ons ook bijvoorbeeld een oerknal voorspiegelt. Alleen zou die oerknal vanuit het niets zijn ontstaan, zo wordt vaak geredeneerd. Maar wat weten we daarvan? Er wordt veel gemakkelijk uitgegaan van onze redenering, maar die redeneringen gaan mank als het gaat om het “niets”. Wat is dat “niets” dan eigenlijk? Mijns inziens gaat dat ons verstand te boven, want we ervaren nergens een “niets”, dus hoe kunnen we dan tóch beweren dat het universum is ontstaan uit een “niets”? Een andere redenering is dat het heelal uit één punt is ontstaan. Maar wat is dat “punt” dan? Wat is de aard daarvan (geweest). Dit wordt allemaal “geloofd” vanuit wetenschappelijke ideeën en theorieën. Maar eigenlijk is het zeer de vraag waar we het eigenlijk in werkelijkheid over hebben. We kunnen het genoemde “niets” op geen enkele wijze bewijzen, en dat geldt tevens voor het ene “punt” van waaruit het heelal zou zijn ontstaan. En wat was er dan buiten dat ene punt van waaruit het universum is ontstaan? Niemand kan dat beredeneren, men kan slechts beweren dat er buiten dat ene “punt” dus niets anders was. Maar kijken we niet gewoon vanuit allerlei gelabelde premissen om iets te bewijzen wat we op geen enkele wijze kunnen aantonen? Hieruit volgt dat de wetenschap, en zeer zeker het starre scientisme dat alles vanuit wetenschappelijk oogpunt wil bewijzen, gewoon zelf uitgaat van bepaalde vooropgestelde ideeën, die zogenaamd “getoetst” zijn. Maar de “bewezen” toets in het oorzakelijke universum vanuit de oerknal is de zogeheten “kosmische achtergondstraling” die nog immer aanwezig wordt geacht. Prachtig, maar zijn we niet slechts totaal bijziend? Want ook al beschikken we over ingenieuze telescopen, hoe ver kunnen we eigenlijk kijken? En in hoeverre worden we beïnvloed in ons denken door het feit dat ons oog een lens heeft en wij alles ook nog eens bekijken door andere lenzen om het te vergroten. In hoeverre houden we rekening met een foutmarge, een vertekening van het beeld wat wij waarnemen? En in hoeverre beïnvloedt dat ons in ons zintuiglijk waarnemen (en zelfs terugredeneren naar een niet-tastbare oerknal), waar we ons verstand aan ophangen?

Dit alles kan alleen maar debat oproepen, eeuwig debatteren. Maar er valt niets onomstotelijk te “bewijzen”, alleen kunnen we zaken met elkaar vergelijken en daarmee binnen bepaalde marges “aantonen” dat sommige zaken niet goed voor ons zijn, en andere zaken wel goed voor ons zijn. Daar houdt de medische wetenschap zich onder andere mee bezig, en dat is een grote verworvenheid. Maar ga niet eindeloos doorredeneren, alsof wat je ontdekt hebt – en binnen bepaalde kaders “werkt” – opeens toepasbaar is op fysica, metafysica en weet ik veel wat. Schoenmaker houd je bij je leest, zou ik zo zeggen. Wat binnen medische kaders werkt, is werkzaam en kan heilzaam zijn voor ons lichaam, de genezing bevorderen. Maar dit medische kader werkt niet op God, omdat God en religie heel andere “onderwerpen” zijn. Wij geloven in de Heere Jezus Christus, omdat we als gelovigen in ons hart een bepaalde resonantie voelen, iets wat Christus “liefde” noemde, of genade, of de vervulling met de Heilige Geest. Wij voelen dat ons geloof ons leidt, dat God ons leidt, we kunnen dat niet wetenschappelijk bewijzen, maar slechts belijden. Dat verschil moet goed in oog worden gehouden, het verschil tussen bewijzen en belijden. In de wetenschap spreken we over bewijzen, in de godsdienst spreken we over belijden. Vergelijk dit niet onderling als appels met peren, anders verzand je slechts in de grootst mogelijke onzin, wetenschappelijk, of zelfs theologisch. Houd het geloof in het hart, en als iemand door onze getuigenis wordt geraakt, spreek dan over je geloof. Voor de rest is elke confronterende argumentatie met atheïsten zinloos. Voor hen is het een uitgemaakte zaak: alleen het zintuiglijk zichtbare en ervaarbare is aantoonbaar en bewijsbaar. Terwijl het voor ons gelovigen een uitgemaakte zaak is: God bestaat en de Heere Jezus Christus is Zijn Zoon. In Hem geloven wij, en we vinden onze levensvreugde in Hem. Laat dat toch door geen enkele zuiver verstandelijke redenering kapot maken!

In gebed verbonden,

Aurelius Augustinus

Antwoord op Axyanus…

Axyanus – de nickname van een Vrijdenker op het gelijknamige forum – schreef in antwoord:

“Ik wil best aannemen dat er veel betrokken is bij geloof. Maar het steunt voor zover ik kan nagaan op het geloven in iets, in de betekenis van iets aan te nemen of te veronderstellen. Hoe beantwoord jij die vraag als het om een ander onderwerp gaat? Stel dat iemand beweert dat jouw chakra’s niet uitgelijnd zijn. Geloof je dat dan zomaar? Stel dat je wil weten hoe die persoon tot dat besluit komt, ben jij dan tevreden met een cirkelredenering? Wat als het om een ander geloof gaat? Stel dat een moslim het bovenstaande (met enkele aanpassingen) zou gebruiken om de islam te verdedigen, zou jij dan tot het besluit komen dat de islam waar is? Ik betwijfel dat sterk. En daarmee komen we tot de typische houding van gelovigen die met twee maten meten. In dit geval: Als het mijn geloof is, dan is een cirkelredenering in orde, als het iets anders is dan niet.”

Wat zegt Axyanus hier?

  1. Geloof is altijd gebaseerd op een aanname of vooronderstelling.

  2. In het algemeen zou ik – of een willekeurige andere christen – toch niet willen vertrekken vanuit onbewezen aannamen of veronderstellingen?

  3. Een christen bewijst dat door beweringen van andere religies die gebaseerd zijn op een aanname te verwerpen.

Ik denk dat de bedoeling van mijn tekst door Axyanus enigszins wordt misverstaan. Het is terecht dat Axyanus stelt dat ik beweerd heb dat geloof wordt verdedigd vanuit het geloof, dat dus in de verdediging van het geloof dat geloof is verondersteld. Dat is in zekere zin een (naar mijn idee) noodzakelijke cirkelredenering.

Dat betekent echter niet dat mijn geloof is gebaseerd op het geloof. Dat is een geheel andere, en nogal domme en simplistische cirkelredenering. Waarom geloof jij? Omdat ik het geloof. Dat is niet de manier van redeneren die ik voorsta. Geloof is gebaseerd op een ervaring, een ontmoeting, een moment van inzicht. Inzicht in mijzelf en inzicht in een “hogere macht” die ik daarin ook beleef. De verrassing van een presentie, van een tegenwoordigheid van Iemand buiten en boven mij. Och, een ervaring van “transcendentie”. (steeds duurdere woorden…) Maar dat zegt eigenlijk allemaal te weinig. Het is een ontmoeting met Jezus Christus zeggen wij, dat omschrijft het beter. Maar dat brengt al een geloofsuitspraak met zich mee. Hier komt de “cirkel” in het spel.

Zodra ik het ga uitleggen, moet ik de neutrale beschrijving al laten varen en vanuit mijn geloof over mijn geloof spreken. Dát is de cirkelredenering die er in ligt. Mijn geloof is niet gebaseerd op een veronderstelling, maar zodra ik tot geloof kom, heeft dat geloof allerlei inhouden die zuiver rationeel als een veronderstelling kunnen worden omschreven, maar er eigenlijk in verborgen zaten. Zoals wanneer je iemand ontmoet, die persoon kent, maar vervolgens steeds meer van die persoon te weten komt. Dat zat eigenlijk al besloten in de ontmoeting, maar werd je pas later duidelijk.

Maar aangezien het geloof geen intellectuele vondst is, geen conclusie aan het eind van een redenering, zijn het niet die veronderstellingen die de conclusie dragen, maar  – enigszins paradoxaal – de conclusie brengt veronderstellingen met zich mee. In die ervaring ontdek ik iets: blijkbaar bestaat God, blijkbaar is deze God de Vader van Jezus Christus etc. Dat alles ging vooraf aan mijn geloof, Hij was dat al voordat ik het geloofde. Met bewijs en rationele zekerheid ben je in die tijd in het geheel niet bezig. Het is pas nadat je tot geloof bent gekomen dat je je soms gaat bezighouden met reflectie, met nadenken achteraf over wat er is gebeurd, wat je geloof allemaal inhoudt. Met het uitspinnen van de consequenties van het geloof dat je is overvallen, dat je gegrepen heeft en de kern ervan: dat je Ja hebt gezegd tegen een persoon, door wie je nu verder je leven wilt laten leiden. (En dan nog de Bijbelstudie, de ervaringen in de gemeente, de gesprekken met andere christenen en het ontdekken van hun ervaringen etc. etc.) Het is die overgave vermoed ik aan een Ander, die Axyanus zo vreemd voorkomt, en die zich inderdaad niet rationeel laat verklaren. Vandaar mijn vergelijking met de liefde voor je vrouw waarover ik de volgende blog nog te spreken kom.

Is dat dan vreemd? Dat je pas achteraf gaat nadenken over je geloof? En dat het geloof dus verondersteld wordt in dat nadenken? Maar is elk nadenken niet láter dan het leven zelf? Reflectie komt toch altijd – om het poëtisch te zeggen – in de avond, als de dag met al zijn ervaringen tot rust is gekomen? Ik kwam tot geloof toen ik 12 jaar oud was, pas na mijn 14e kreeg ik de middelen om over mijn geloof te gaan nadenken, toen ik filosofen ging lezen en theologische handboeken. Dat bracht weliswaar een enorme worsteling met zich mee die ik niemand zou gunnen, maar het heeft me uiteindelijk in mijn geloof bevestigd. Maar het onderwerp van die reflectie was mijn gelovige bestaan, en niet een of ander “neutraal” leven dat nog naar het geloof toe moest redeneren.

Dat betekent echter nog niet – ik kom aan het tweede punt – dat ik daarom in het algemeen van iedereen zou aannemen dat elke bewering moet kloppen omdat die op onbewezen aannamen is gebaseerd. Waarom? Het is eigenlijk ook bij mijn geloof niet zo, maar zelfs als het zo is, volgt daaruit in het geheel niet dat het elke keer zo moet zijn. Dat is een willekeurige “veralgemening” van iets unieks, die ik niet volgen kan. Ik kan mijn geloof alleen als gelovige verdedigen. Ik kan niet net doen alsof ik niet geloof, om dan naar het geloof toe te redeneren. Maar ik kan heel goed kennis verwerven van het mechanisme van de evolutie of de theorieën over het ontstaan van het heelal, zonder al een aanname of veronderstelling met me mee te brengen die de zaak al beslist voordat ze onderzocht is. Geloof is geen lobotomie van het wetenschappelijk intellect. Maar vragen omtrent evolutie en het ontstaan van het heelal zijn niet per se en zeker niet uitsluitend geloofsvragen. Het zijn wetenschappelijke vragen.

Als het gaat om contact met andere religies is mijn vraag dan ook niet of zij dan wel rationeel kunnen bewijzen wat ze geloven. Ik herken mijzelf in hen in zoverre ook zij alleen als gelovige moslim bij voorbeeld rekenschap kunnen afleggen van hun geloof. Dat bestrijd ik niet omdat ik het rationeel zou kunnen omschrijven als veronderstelling. Wat ik dan probeer te zien is, of de uitkomsten van hun geloof te rijmen zijn met datgene wat ik geloof. Of er gemeenschappelijke grond is. Bij voorbeeld of ze het karakter van God als barmhartig en genadig goed hebben gezien. Ik zoek naar die overeenkomsten, omdat we daarmee een grondslag krijgen van een vredelievende conversatie waarin de contouren van een gedeeld geloof zichtbaar worden.

Rekenschap afleggen. Paulus schrijft dat aan Timotheus dat hij ten alle tijde bereid moet zijn om “rekenschap af te leggen” van zijn geloof. Hij vraagt niet aan Timotheus of hij zijn best wil doen zijn geloof te bewijzen. Dat zou in strijd zijn met precies deze overtuiging, dat het geloof als het erop aankomt een “geschenk” is, iets dat van buiten komt en dat je kunt aannemen – of verwerpen. Maar rekenschap afleggen is – in het grieks: logon didonai – een reden geven, verhelderen tot op zekere hoogte, waarom je iets gelooft of denkt. Dat is de rationaliteit van het dagelijkse leven, waarin we niet tot het uiterste hoeven gaan om een sluitende bewijsvoering van iets te leveren. Waarom doe jij dit of dat? Dat is een gewone dagelijkse vraag. Maar het antwoord hoeft niet per se de psychologie of de biologie erbij te betrekken. Waarom drink jij een glas water? Omdat ik dorst heb. Dat is een redelijke verklaring, maar geen sluitend bewijs waarom het noodzakelijk was dat ik een glas water dronk. Noodzakelijk was het misschien ook niet eens. Tegenover deze rationele verantwoording achteraf, dit “rekenschap afleggen”, staat de wetenschappelijk benadering die de ratio – de uiteindelijke grond, oorzaak of dwingende reden – wil blootleggen. Ik beweer dat ik alleen gelovig over mijn geloof kan spreken – want mijn geloof doordringt geheel mijn leven. Ik beweer dat ik in dit spreken niet verder kan komen dan een “reden geven”, maar dat is geheel iets anders dan een bewijs leveren waarom het noodzakelijk was dat ik geloofde. Immers, als het noodzakelijk was voor mij om te geloven in Christus, dan zou ik geen bewijs hoeven leveren, want dan zouden alle mensen door de kracht van de ratio alleen al christenen zijn geworden. Het feit alleen al dat niet iedereen een christen is, bewijst daarmee, dat het christendom nooit de pretentie kan voeren een noodzakelijk bewijs van zijn waarheid te bezitten. Maar dan is het ook onzinnig om te eisen dat een christen dat bewijs zou leveren. Of te menen dat hij zonder dat bewijs zou moeten ophouden een christen te zijn.

Ik kan verhelderen waarom ik geloof, ik kan redenen aanvoeren waarom het mij – achteraf – niet onredelijk lijkt om te geloven. Maar dat is principieel de grens. Aandringen op het overschrijden van die grens is een loochening van het eigen karakter van het geloof zelf. En een overdrijving van de pretentie die het geloof heeft. Ik bewijs niet dat mijn geloof waar is aan een ander, maar ik verhelder en leg dat geloof uit, in de hoop dat het voor iemand anders aantrekkelijk zou zijn. Geloof is een overtuiging, geen overdraagbare en bewijsbare kennis.

Dat dat het geval is, lijkt mij een triviale constatering.

Spreken met vrijdenkers… een oproep tot apologetiek

Mijn ervaringen op het Vrijdenkersforum geven aanleiding tot enige bezinning. Bezinning op de mogelijkheden en onmogelijkheden van een debat met atheïsten, de meest felle tegenstanders van alles wat religie heet.

Wat we gemeenschappelijk hebben lijkt te zijn: onze algemene redelijkheid en een moreel besef van primaire waarden. We argumenteren in beginsel op dezelfde wijze, en we wijzen in beginsel een aantal zaken als immoreel af. Niemand heeft een serieuze discussie over kindermoord of geweld, al komt het wel eens voor dat een christen beschuldigd wordt van die zaken omdat men meent dat hij een God verdedigt die als een tiran dergelijke misdaden beveelt. (Genocide door Israël in Kanaän, moord op de kinderen van Job etc.)

Vrijdenkers vormen geen gesloten front en er zijn veel individuele verschillen, maar in hoofdzaken kun je de bezwaren tegen christelijk geloof rubriceren in deze categorieën:

1. De psychologische argumenten. Je gelooft in een onzichtbare godheid, en daarachter gaan onbegrepen behoeften schuil en verlangens, misschien zelfs wel verlangens naar macht, of het in standhouden van je baan (als predikant bij voorbeeld), de opvoeding is de reden dat je gelooft etc. Een psychologisch tegenargument waarin de houding van de atheïst wordt verklaard vanuit de geloofspositie wordt afgedaan als aanstellerij.

2. De wetenschappelijke argumenten. God is niet nodig als eerste oorzaak van het heelal, want de wetenschap zegt dat het heelal uit niets is ontstaan, spontaan en zonder intelligente oorzaak. Een metafysisch (filosofisch) tegenargument – uit niets kan niets ontstaan – komt niet aan, omdat elke metafysische benadering wordt afgewezen als rederijkerskunst.

3. De historische argumenten. De Bijbel is onbetrouwbaar, de getuigen over Jezus spreken elkaar tegen, de evangelieën zijn mythische verhalen, Paulus is in werkelijkheid een manipulator die naar macht streefde, de opstanding van Jezus is onmogelijk en dus een leugenverhaal etc.

4. De morele argumenten. De God van de Bijbel handelt als een tiran tegenover Adam en Eva – die niet bestaan hebben – en beveelt kindermoord aan – Numeri 31 – , straft hele steden (Sodom en Gomorra) en is dus immoreel, vermoordt de kinderen van Job, zou Jezus hebben opgeofferd, wat een misdaad is omdat het dan om zijn zoon gaat, en bovendien is het hele idee van plaatsvervangend lijden en sterven gewoon onzin. De moraal – die je deelt – wordt een maatstaf van de waarheid van de verhalen. God in de beklaagdenbank en jij een soort advocaat – niet van God maar van de duivel die zij in die god zien.

5. De Metafysische argumenten. De positie is vaak: wij gaan uit van waarneming en de wetenschap, kom jij maar eens vertellen dat dit boek (Bijbel) of dit geloof (jouw belijdenis) een grond heeft in waarneming en wetenschap. Er is geen andere grondslag voor het aannemen van een waarheid, zodat je met een verwijzing naar geloof e.d. meteen al in de categoirieën 1 tot en met 4 terecht komt.

6. De vergelijkende religiewetenschap. Er zijn parallellen in de geschiedenis tussen het christelijk verhaal en andere godsdiensten, zoals de Mithras dienst van de Romeinen en Egyptische verlossersmythen rond de god Osiris b.v. en dus is ook het evangelie een variant van een algemeen verbreid bijgeloof.

7. Argumenten die aan de discussie worden ontleend. Wie zegt sommige gedeelten van de Bijbel niet letterlijk te nemen wordt van inconsistentie beschuldigd: dit ontken je, waarom dat dan ook niet? Bij voorbeeld: de schepping van Adam en Eva  is niet letterlijk. Waarom dan wel de opstanding van Jezus? Je schuift steeds meer op om dan uiteindelijk te horen dat je aardig bent opgeschoven richting atheïsme – nog maar een klein stapje etc. Als je een genuanceerde positie verdedigt, krijg je te horen dat je geen consequente christen bent, want die zou tenminste zeggen dat de Bijbel van kaft tot kaft waar is, letterlijk genomen moet worden, dat de evolutie niet heeft plaatsgevonden etc.

Ga er maar aan staan! Het is niet zo dat deze argumenten nooit in de christelijke theologie zijn overwogen en besproken en naar mijn idee zijn ze afdoende beantwoord. De ervaring leert dat die christelijke tegen-argumenten uit de handboeken niet landen, niet acceptabel zijn.

En dat mogen we ons best aantrekken! We hebben er misschien teveel op vertrouwd dat we buiten de redelijkheid – lees: buiten de theologie om – ons geloof konden staande houden in een wereld die in hoge mate door rationaliteit en techniek en wetenschap wordt beheerst. We zijn gevlucht in de sfeer van de individuele gevoelens en hebben het afgeleerd om na te denken. Daarom is zelfs maar een kort verblijf op het Vrijdenkersforum een heilzame ervaring: het leert ons dat er een hele wereld bestaat van mensen die het hartgrondig met ons – en met moslims, joden, – oneens zijn, zo diep en hartgrondig, dat ze ons doorgaans minachten vanwege ons gebrek aan redelijkheid. We hebben weer apologie nodig: d.w.z. de kunst om de tegenargumenten van het geloof te doorzien en te weerleggen.

Axyanus antwoordt…

Uitgangspunt van deze korte discussie is deze tekst, waarop ik de vorige keer geantwoord heb. 

axxyanus
Een redelijk veel voorkomend probleem bij gelovigen is dat ze het heel moeilijk hebben om te begrijpen dat een verdeding van hun geloof, niet kan uitgaan vanuit dat geloof. Hoewel dat is niet helemaal juist verwoord want ze begrijpen dat concept maar al te goed als iemand van een ander geloof dat op die manier doet maar toch blijkt de verleiding maar al te groot om als ze het eigen geloof verdedigen, dat geloof op een of andere manier als uitgangspunt te nemen. Dan kan je het de vrijdenkende deelnemers hier moeilijk kwalijk nemen als die na een tijdje hun geduld verliezen.

 Het antwoord van axyanus op mijn vorige blog staat hieronder:

axxyanus
Ik heb het met veel belangstelling gelezen omdat het mooi illustreert wat ik problematisch vind. Dus hier mijn antwoord op enkele fragmenten.

Ik wil best aannemen dat er veel betrokken is bij geloof. Maar het steunt voor zover ik kan nagaan op het geloven in iets, in de betekenis van iets aan te nemen of te veronderstellen. Hoe beantwoord jij die vraag als het om een ander onderwerp gaat? Stel dat iemand beweert dat jouw chakra’s niet uitgelijnd zijn. Geloof je dat dan zomaar? Stel dat je wil weten hoe die persoon tot dat besluit komt, ben jij dan tevreden met een cirkelredenering? Wat als het om een ander geloof gaat? Stel dat een moslim het bovenstaande (met enkele aanpassingen) zou gebruiken om de islam te verdedigen, zou jij dan tot het besluit komen dat de islam waar is? Ik betwijfel dat sterk. En daarmee komen we tot de typische houding van gelovigen die met twee maten meten. In dit geval: Als het mijn geloof is, dan is een cirkelredenering in orde, als het iets anders is dan niet.

En neen men moet niet vertrekken vanuit de positie dat god niet bestaat, men vertrekt vanuit de positie: Vertrekkende van wat we over de werkelijkheid weten, wat is het meest aannemelijke dat er een god bestaat of niet? En wat jij met je antwoord toegeeft is dat jij geen rationele grond hebt voor je veronderstelling en dat het voornamelijk berust op ervaringen. Dat is best menselijk, iedereen heeft zijn irrationele kantjes, maar het lijkt me toch wat mager om bepaalde zaken als heilig te bestempelen.

Robbert Veen: 

Een analogie daarvan is deze: als ik wil uitleggen of verdedigen dat ik van mijn vrouw hou, moet ik dan “vertrekken vanuit de liefdeloosheid”? Dus eerst uitleggen dat ik niet van haar hield en dan vervolgens bewijzen hoe ik stap voor stap – logisch en noodzakelijk – ertoe kwam om toch van haar te gaan houden?

axxyanus
Deze analogie faalt erbarmelijk. Wij vragen niet om te verdedigen dat je gelooft. Om in deze analogie te blijven, ben jij de wat excentrieke buurtbewoner, die vaak vertelt over zijn vrouw en hoe gelukkig ze wel zijn samen enz., alleen niemand krijgt ooit die echtgenote te zien. Dus beginnen een aantal mensen zich af te vragen of die echtgenote wel echt is, misschien is ze enkel een waan van die persoon. Ik kan me niet indenken dat de manier waarop jij je geloof verdedigt, ook voor jou aanvaardbaar zou zijn om volop overtuigd te zijn dat die echtgenote echt is.