Mijn leraar zei het zo:
“Als jij een predikant wil zijn, dan moet je het Woord van God prediken. Dat is wat je doet. En het is werkelijk heel simpel: als je trouw blijft aan je opdracht zul je niets anders doen de rest van je leven dan Gods Woord prediken. Dan ben je geheel en al toegewijd aan dat Woord om de heerlijkheid van God te laten zien door het Woord van God uit te leggen, toe te passen en te verkondigen. Dat is wat je moet doen.”
En ik dacht, dat wil ik doen, zo wil ik zijn. Een predikant die Gods Woord laat spreken. Die niet met zijn eigen ideetjes en gevoelens en ervaringen tussen dat Woord en de mensen in gaat staan, maar een venster is, een spiegel, waarin dat Woord kan worden gezien en ervaren. Zo wordt de heerlijkheid van God en Christus aan mensen overgebracht. Daar raken ze enthousiast van, omdat ze de God die ze al kennen beter leren verstaan en begrijpen. Omdat er licht valt op hun eigen leven, maar ook af en toe een licht dat hun eigen duisternis aan de dag brengt – en de mijne net zozeer.
Tijdens mijn vakantie dit jaar heb ik drie weken niet gepreekt. Ik heb wel af en toe geluisterd naar de prediking van anderen. Het meeste daarvan via internet. Mijn ervaring was er een van schok. Soms hoorde ik stemmen die klonken alsof de spreker aan de drugs was, schreeuwend, ekstatisch, alsof het verstand hem verlaten had. Geen Bijbelse woorden maar kreten, die steeds weer opnieuw werden herhaald. En dan stemmen die de indruk gaven dat de spreker door een diep dal heen ging, alsof het er allemaal te zwaar was, geen vreugde, geen enthousiasme, maar een keurig nette uitgewerkte preek, zonder zout en zonder vuur. En in veel gevallen een los verband met een Bijbelse tekst, of gewoon een naverteld verhaal. Met de flinterdunne les dat we goed en fatsoenlijk moeten leven, of juist met de overdreven boodschap dat we ons dagelijks leven moeten opgeven om als een soort maniak door het leven te gaan. Flinterdun. In beide gevallen. De Bijbelse tekst kwam niet aan het woord. Geen diepte, geen doorzicht op Gods heerlijkheid, allemaal al te menselijk en vlak.
Ik vermoed dat de meeste prediking zo werkt. Ook in onze eigen kerk. Het is niet diep en het is niet hoog. Het raakt jouw leven in geloof niet en het neemt je niet mee naar een ander gezichtspunt. Het geeft je een goed gevoel omdat het bevestigt wat je al wist, omdat het je leven niet onder kritiek stelt, omdat alles wat je bent en doet al prima en goed is, en af en toe zit er een woordgrapje in wat je onthouden kunt of een vergelijking die je kunt navertellen, en met die bijzaak loop je dan een vol uur enthousiast rond – mooie preek vandaag! – maar het beklijft niet en het raakt de diepte van je bestaan niet.
Wie naar de kerk gaat om een preek te horen, die is daar tijdens de preek om iets te leren over zichzelf en God. Dat is wat Bijbelse waarheid altijd doet: jou laten ontdekken wie je eigenlijk bent, en bovenal je laten ontdekken wie God eigenlijk is. De waarheid van jouw leven wordt zichtbaar door de bijbel. En de God van de bijbel staat boven de kerk, boven jouw leven, boven jouw vanzelfsprekendheden, je gezelligheid, je goede gevoel over jezelf. En, moet je als luisteraar beseffen, ook boven de predikant. En die beseft dat juist ten volle. Als dus wordt gepredikt in overeenstemming met de bijbel, dan hoor je een stem die gezag heeft over die predikant maar ook over jou. Dat is ook het gevaar van de prediking. Als de prediker vanaf de kansel alleen maar beweert wat je toch al weet, dan heiligt hij jouw eigen misverstand over jezelf, dan bevestigt hij als het ware van Godswege het genoeglijke gevoel dat jij hebt dat alles wel in orde is.
Als iemand zegt dat de prediking te duidelijk is, dan klaagt hij over een eigenschap die elke prediking zou moeten hebben: helderheid. Als iemand klaagt over het feit dat hij in zijn geweten wordt geraakt door de preek, dat er iets wordt blootgelegd wat volgens de prediking niet goed is, dan klaagt hij over Gods stem die zijn geweten raakt. In plaats van bij zichzelf na te gaan wat er in zijn leven mis is, wijst hij het simpele feit af dat God tot hem heeft gesproken. Gelukkig kun je dan de predikant de schuld geven, want die had toch kunnen weglaten wat in de Bijbelse tekst zo scherp verwoord stond. Als je klaagt over de prediking omdat het steeds maar over hetzelfde gaat, dan klaag je over het feit dat je het evangelie zelf zat bent. Omdat je de verschillende aspecten van het evangelie helemaal niet horen wilt. Want je bent al tevreden met het flinterdunne idee, dat God jou heeft vergeven. Dus jouw leven is helemaal in orde. Jij hoeft je nergens meer zorgen over te maken. En met jouw geloof is alles in orde, want je gaat toch immers naar de kerk. En met dat misverstand over het evangelie tussen je oren, wijs je de prediking af, die de diepte van het evangelie aan jou wil verduidelijken. Nee, je kiest voor de oppervlakte.
Mijn leraar wees mij op 2 Timotheus 4:2. “Predik het Woord.” Niet mijzelf, niet het goede gevoel, geen entertainment, maar het Woord. Daar heb ik mijn leven aan gewijd. Wee mij, als ik dat Woord niet verkondig. En het vervolg: “gelegen of ongelegen.” Of de hoorders er een goed gevoel bij krijgen of niet. De maatstaf is niet het goede gevoel, maar of er getrouw aan het Woord wordt gepredikt.
De predikant is een heraut. En zijn boodschap is het Woord van God. De “toeter” waarmee hij die boodschap verkondigt, die is van hemzelf. Dat is zijn stem, zijn gebaar, zijn woordkeus, zijn manier van spreken. Maar de boodschap is het belangrijkste, eigenlijk het enige dat telt. Die is aan hem toevertrouwd. Als de taak van een predikant is om de boodschap van God door te geven, welk recht heeft hij dan om er veranderingen in aan te brengen of het anders te presenteren dan wat het is? De prediking moet dus helder zijn wat het Woord betreft. Het is niet de taak om je aan te passen aan datgene wat mensen makkelijk kunnen verstaan. Natuurlijk moet je rekening houden met het begripsvermogen van de gemeente. Maar niet in de zin dat de boodschap moet worden vervalst zodat de indruk wordt gewekt dat het makkelijk te begrijpen valt. Wat makkelijk te begrijpen valt, zijn de misverstanden waarmee je dagelijks leeft. Elk afscheid van zo’n misverstand roept een gevoel van weerstand op, en het vergt vertrouwen in de prediking om dat te overwinnen. Maar dat is de manier waarop God onderwijst. Hij zoekt jouw weerstanden op tegen de waarheid, en helpt je dan met zachte hand door die weerstand heen zodat je aanvaardt wat het Woord zegt.
Mijn leraar krijgt van mij het laatste woord: “Ik wil je met de grootste nadruk zeggen, dat je bij het uitleggen van Gods Woord uitsluitend moet proberen om de betekenis van de tekst weer te geven. Laat nooit en te nimmer de tekst functioneren als een pop, die uiteindelijk alleen maar zegt wat jij kwijt wilt. Hoe aardig en leuk en vriendelijk en gezellig dat dan ook klinken mag. Wat niet in de tekst staat, is voor jou als predikant verboden vrucht, en het is werkelijk in Gods ogen een zonde, als je Zijn Woord op die manier misbruikt om te zeggen wat God Zelf niet gezegd heeft.”
AMEN