Nadenken over Charlie en de Moslims – de weg van Abel

charlieHet is misschien nog te vroeg om na te denken over wat er gebeurd is gisteren in Parijs. Twaalf doden bij een satirisch weekblad door islamitische extremisten die Allahoe achbar riepen op de straat. Maar we hebben dat nadenken wel nodig. Niet meteen “harde actie” – dat is een leuze waarmee politici nu hun verkiezing willen veilig stellen, en waarmee geheime diensten hun budget hopen te verhogen. Dat moet je niet willen,  want in naam van onze veiligheid kan onze vrijheid óók worden bedreigd. Want tegen wie moeten we dan “harde actie” ondernemen? Een gecontroleerde samenleving, die elk radicalisme wil uitsluiten en alle burgers bespioneert om aanslagen te voorkomen is per definitie al een onvrije samenleving. Zo winnen “zij.” Extremisme voedt de duistere kant van de macht van de staat en bevordert op die wijze wat ze bestrijden wil.

Waar ik het meeste bang voor ben is, dat we blijven steken in de gangbare tegenstelling: we zijn of vóór de islam (want extremisme is een uitzondering) of we zijn tegen de islam (want extremisme hoort tot de kern ervan). De eerste groep in kerkelijk verband spreekt sussend over het feit dat wij allen “kinderen van Abraham” zijn, en joden, moslims en christenen dus eigenlijk tot dezelfde familie behoren. En in niet-kerkelijk verband spreken we over de kracht van de democratie om goed geïntegreerde moslims tot vredelievende burgers te maken. De eerste groep wil dat cartoonisten en cabaretiers zich matigen – want waarom zou je een geloof aanvallen? – en de tweede groep wil dat alle religie uit de wereld wordt verwijderd – want er wordt gemoord in naam van een Hersenspinsel. Lees verder “Nadenken over Charlie en de Moslims – de weg van Abel”

Schep vreugde in de Heer – overdenking over Psalm 37:4

Er zijn twee soorten beloften in de bijbel: er zijn beloften zonder enige voorwaarde, zoals de belofte die Jezus geeft aan zijn discipelen, dat “niemand ze rukken zal uit mijn hand.” Voor eeuwig geborgen in de liefde van onze Heer!
Maar er zijn ook beloften met een voorwaarde. “Als wij onze zonden belijden, dan is Hij getrouw en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
In psalm 37:4 vinden we ook een belofte met een voorwaarde. Hij zal “ons geven wat ons hart verlangt.” Maar dat kan alleen als wij in gemeenschap met deze God leven, en Zijn hart kennen. Zodat ons gebed in overeenstemming is met Zijn wil. Immers, bidden is, je eigen wil onderwerpen aan Gods wil, niet Gods wil buigen naar jouw wil. Maar dan moeten we in het gebed Zijn hart leren kennen.
Wat is dan Zijn hart? We kennen het door het Woord van God maar ook als het goed is in ons dagelijks leven in het gebed. We weten veel van onze God. Bijvoorbeeld dat Hij onrecht haat. Of dat Hij ons zo liefheeft, dat hij in elk onderdeel van ons leven betrokken wil zijn. Het is een God die aandacht vraagt, maar ons ook alle aandacht geeft. Niets is voor Hem te klein.
Maar niets is ook voor Hem te groot. Stel nu eens dat ze op al die plaatsen waar nu oorlogsgeweld heerst, samen zouden bidden, in synagogen, moskeeën en kerken, om te zoeken naar de wil van God? Om vreugde te scheppen in de Here? Wat zou dan het antwoord zijn dat de Here God hun geeft? Zou dat niet zijn dat ze alle vijandschap moeten laten varen? En dat ze de weduwe en de wees en de arme en de vreemdeling niet mogen verdrukken? En dat ze het leven van een ieder moeten respecteren, omdat ieder mens naar het beeld van God geschapen is?

“Ik kan geen kwaad doen, want ik ben een Christen”

Er bestaat bij veel christenen het vooroordeel of de aanname, dat er verschil moet worden gemaakt tussen gerechtvaardigd en ongerechtvaardigd geweld, of tussen geweld en macht. En men ziet dat verschil juist optreden bij de overheid, de Staat. (Het onderscheid tussen overheid en staat laat ik hier dan buiten beschouwing.) Dit is het vooroordeel:

De staat heeft het monopolie op geweld, maar dat geweld is gerechtvaardigd.

Als daarnaast ook wordt aangenomen dat de staat een ordinantie van God is – op grond van Romeinen 12 – dan volgt daaruit dat God het geweld van de staat legitimeert. Deze oorspronkelijk Rooms–Katholieke positie wordt nu ook wereldwijd door Protestanten gevolgd. Het leidt tot een bekende casuïstiek. De discussie gaat dan over de vraag onder welke condities de staat rechtvaardig handelt en onder welke condities de staat onrechtvaardig handelt wanneer zij geweld uitoefent.

De discussie over de condities gaat uiteindelijk over de instellingen van de overheid. Simpel gezegd komt het hierop neer. Een rechter kan iemand wettig ter dood veroordelen – in oorlogstijd bijvoorbeeld voor landverraad – terwijl een enkel mens nooit iemand wettig kan doden. De rechtsorde schept een context waarin moord wordt toegestaan en dan ook niet meer zo heet. We spreken dan niet meer over moord maar over de uitvoering van de doodstraf. Het zijn dan uiteindelijk de wetten die de rechtmatigheid van het geweld bepalen.

Het is goed om hier even bij stil te staan. Hieruit volgt wel dat de staat op onrechtvaardige wijze geweld zou kunnen uitoefenen, dat toch gelegitimeerd is door de wetten van de staat op het moment zelf. De beoordeling immers of het geweld gerechtvaardigd was, is een juridische beoordeling die altijd achteraf moet worden uitgevoerd. Het kan dus voorkomen dat in naam van de staat geweld wordt uitgeoefend dat achteraf als onrechtmatig wordt beoordeeld en dus een vorm van ongerechtvaardigd geweld is. De conclusie is dan in ieder geval gewettigd, dat de staat zowel gerechtvaardigd als ongerechtvaardigd geweld uitoefent.

Al vroeg in de kerkgeschiedenis is de gedachte opgekomen dat men de staat niet het recht mag ontzeggen zich met geweld te verdedigen in het geval van een oorlog. Wanneer zij zich niet kan verdedigen veroordeelt men haar immers tot verdwijnen. Zo is immers de realiteit van de relaties tussen staten, in ieder geval lange tijd geweest. Dat recht op zelfverdediging kan bovendien niet beperkt worden tot tijden van oorlog. Ook wanneer de instituties van de staat in gevaar zijn, is de staat gewettigd om geweld uit te oefenen tegen vijanden van binnen uit.

Maar deze opvatting over de legitimiteit van het geweld van de staat om zichzelf te handhaven, berust op een aantal veronderstellingen.

  1. Mensen zijn in staat om geweld onder controle te houden. Het gerechtvaardigd geweld wordt gezien als een nauwkeurig antwoord op een geweldsdaad of –dreiging dat leidt tot een herstel van de vrede. Er is geen eindeloze voortzetting van het geweld zoals in het geval van de weerwraak.
  2. Geweld kan wel degelijk in dienst staan van de sociale orde en de handhaving van het recht en het najagen van de vrede. Geweld is dus een legitiem middel om een goed doel te bereiken.
  3. De beoordeling van geweld hangt uiteindelijk alleen maar af van de proportie tussen de gekozen middelen en het te bereiken doel.

In de kerkgeschiedenis is het daarom gekomen tot een leer van de gerechtvaardigde oorlog. "Gerechtvaardigd" heeft hier geen Bijbelse betekenis, maar een filosofische. De rechtvaardiging van een oorlog berust dan op argumenten waarin het voeren van de strijd zwaarder moet wegen  – vanwege het beoogde doel – dan het nalaten van de strijd. Dat levert zeven condities op van een gerechtvaardigde oorlog, met een groot aantal moeilijk te definiëren elementen.

1. De zaak waarvoor men strijdt moet gerechtvaardigd zijn.

Maar wat betekent dat? In het algemeen betekent dat alleen maar dat het overleven van de staat wordt gediend, alsof zoiets als de staat een permanent bestaan zou moeten hebben en moreel moet worden uitgesloten dat zij aan haar einde komt. Hier wordt doorgaans het onderscheid tussen staat en volk vergeten. Natuurlijk heeft het volk recht op overleven, maar de wijze waarop zij haar politieke macht heeft georganiseerd, en dat is de staat, heeft op grond daarvan niet hetzelfde recht.

2. De strijdende partijen moeten uitsluitend het tot stand brengen van deze rechtvaardige zaak als oogmerk hebben.

Maar over het algemeen is het doel van de strijd de totale onderwerping of vernietiging van de vijandelijke staat. Het scheppen van een rechtvaardige situatie is voorbehouden aan de afwikkeling van de strijd, zoals in het Irak na de oorlog. Daar werd het "rechtvaardige doel" gezien als de invoering van de democratie.

3. De gewapende strijd kan alleen gerechtvaardigd zijn als alle andere middelen van diplomatie en onderhandelingen zijn uitgeput.

Maar wanneer is dat het geval?

4. Ook de middelen die worden ingezet voor de oorlog moeten rechtvaardig zijn, dat wil zeggen proportioneel voor het bereiken van het beoogde doel.

5. De voordelen van het gebruik van geweld moeten de nadelen daarvan te boven gaan.

Het heeft geen zin om een land zodanig te vernielen dat er geen rechtvaardige zaak meer gediend kan worden.

6. De overwinning moet ook een zekerheid zijn.

Een lange oorlog met een onzekere afloop kan alleen maar problemen geven.

7. De uiteindelijke vrede moet niet alleen rechtvaardig zijn maar ook een nieuwe oorlog uitsluiten.

We mogen niet in een spiraal van gewapende conflicten belanden.

Het is duidelijk dat we deze zeven criteria niet kunnen toepassen op moderne oorlogen.

De zeven criteria hebben geen praktische waarde meer. Het enige principe dat tegenwoordig wordt gehanteerd is deze, zoals het al in de vierde eeuw bedacht was, dat je van de staat niet kan verwachten dat zij zichzelf laat opheffen, zodat een recht op zelfverdediging haar moet worden toegestaan.

In het algemeen hebben christenen gemeend dat het soms onvermijdelijk is om in een oorlog betrokken te raken. Het enige verschil zou zijn dat christenen dat doen als een noodzakelijk laatste redmiddel voor de staat, zonder haat voor de vijand. Maar meestal wordt de gedachte nog verder doorgedreven, en komt men tot de constatering dat elke rebellie tegen de staat, elk verzet tegen de overheid in feite rebellie tegen God is. Verzet tegen de overheid is zelf al een vorm van geweld, dat door de overheid gerechtvaardigd met geweld zal worden bestreden.

Daartegenover staat het eenvoudige woord van Maximilianus.

"Ik kan geen soldaat zijn, ik kan geen kwaad doen, want ik ben een christen."

De man en zijn broeder: Kain en Abel in Genesis 4

HELAAS, POSTEROUS IS GESTAAKT, DUS GEEN PODCAST.

Bespreking van Genesis 4 aan de hand van de Hebreeuwse tekst.

Thema’s:

  • de verhouding van de mens tot zijn broeder
  • de oorsprong van geweld
  • het teken van kain
  • de betekenis van de vervloeking
  • de stad en de bodem
  • de wraak van Lamech

De zeven delen van de podcast vind je hier: Theologie Podcasts

HELAAS, POSTEROUS IS GESTAAKT, DUS GEEN PODCAST.

 

Vredestheologie: een introductie

cartoon again violence
Tegen Geweld

Het eerste wat een vredestheologie zou kunnen doen, is het analyseren van wat geweld, vijandschap en oorlog te betekenen hebben. Geweld tussen personen, vijandschap tussen volkeren en gemeenschappen, en de staat (het systeem van intern en extern geweld) moeten kritisch aan de orde worden gesteld.

In deze video wordt een overzicht gegeven van het onderwerp. Op deze site zullen in de loop van augustus teksten en links naar video-lessen worden gegeven.

Bekijk de eerste video.  Vredestheologie: een introductie

Enhanced by Zemanta

De geschiedenis van de gerechtvaardigde oorlog

In het Italië van de Renaissance, de tijd van de ontwikkeling van de stadstaat, krijgt de gerechtvaardigde oorlog een nieuwe vorm. Drie ontwikkelingen zijn van belang:

Lees verder “De geschiedenis van de gerechtvaardigde oorlog”