Uw dagelijkse dood – Nieuw Liedboek 543

Het evangelie gaat over het lijden en sterven van de Heer Jezus als een gebeurtenis die de gebroken verhouding tussen God en mens herstelt door aan God genoegdoening te geven voor de zonde en de schuld van mensen weg te dragen in de dood. De dood van Christus is een plaatsvervangend offer dat concreet in de tijd heeft plaatsgevonden.

In onze Protestantse wereld raken ook allerlei andere – secundaire interpretaties van Zijn sterven in zwang. Jezus heeft door Zijn eigen lijden gedeeld in ons menselijk lot en kan daarom met ons meevoelen. Of: Jezus’ lijden is een voorbeeld van onschuldig en geduldig lijden dat tot het uiterste gaat en daarmee een aanwijzing hoe we het lijden van anderen in onze tijd moeten benaderen. Jezus’ liefde laat zich door het lijden en de dood niet tegenhouden. Ook op onze weg in de navolging is er mislukking en teleurstelling, maar net als Jezus moeten wij blijven volhouden.

Theologisch gezien zijn dit allemaal bijzaken. Het is waar, maar niet de kern.

Nu neem ik even een sprong: in de lofzang van de gemeente moet blijken dat we de kern van het evangelie hebben verstaan. Hoofdzaak moet hoofdzaak blijven. Als we in de Lijdenstijd niet kunnen spreken over het plaatsvervangend lijden en sterven van de Heer Jezus, dan spreken we alleen over de bijzaken. Dat is niet tot Gods eer!

Nu het lied.
Ik moest een aantal liederen vinden in het Nieuwe Liedboek om met de gemeente te gaan oefenen. We willen dat Liedboek leren kennen, en daarom die oefening. Bij voorkeur moet ik een nieuw lied laten zingen. “Want ze zijn toch zo mooi.” – zeggen sommigen.

Ik vond voor de Lijdenstijd Lied 543. Toen ik het eerste couplet las, dacht ik: dit is wel een passend lied voor de lijdenstijd. Dit is wat ik las:

Gij zijt in glans verschenen,
Verschenen voor altijd.
Hoe ook in dood verdwenen,
Ons straalt uw heerlijkheid,
Hoe bitter ook de pijnen,
Door ons U aangedaan,
Gij blijft in glans verschijnen,
Ziet ons in glorie aan.

Ik herinner me dat de regel “door ons U aangedaan” even bleef hangen. Het riep de herinnering op aan het gedicht van Revius, met als pointe dat niet joden of Romeinen Jezus hebben gekruisigd, maar dat mijn zonden Zijn smadelijke dood noodzakelijk maakten. Die doen we erbij, dacht ik toen.
Een mooi lied voor de aanloop naar Pasen.

Ik heb er nu grote spijt van, dat ik het lied niet nauwkeuriger heb gelezen.

Het blijkt, dat de theologie achter het lied het idee is, dat Christus sterft in allen die sterven, het bevat de (katholieke) notie, dat Christus nog elke dag sterft en geofferd wordt. Een opvatting die is ontleend aan een visie op de eucharistie. Het bevat de notie dat de beschouwing van Christus’ dood in de context van ons lijden op zich al troost geeft. Dus lezen we tekst als het volgende:

Kruisgang door de tijden…
Uw lijden in aller wereldnood…
Het glanst uit alle pijn…
Uw kruis ons lenen…
Glans die alles heelt etc, etc.

Dit is niet het evangelie van de unieke kruisdood die verzoening brengt voor wie gelooft, dit is het valse evangelie dat spreekt over Christus’ lijden als een voorbeeld van het lijden van anderen en als een aanmoediging om vol te houden.

We hadden dit nooit moeten zingen. Wat een ellende is toch dit Nieuwe Liedboek.