Een van de mooiste liederen uit ons liedboek is gezang 257. Ik heb het niet kunnen terugvinden in het Nieuwe Liedboek. Men wil het blijkbaar niet meer zingen. Daarmee zou een einde zijn gekomen aan een twee eeuwen oude traditie.
Het lied werd voor het eerst gepubliceerd in 1804. Toen verscheen in Haarlem een anonieme bundel “Liederen voor den huisselijken godsdienst, op choraal-melodieën bij de protestantsche gemeenten in Duitschland in gebruik”. Het lied, toen nog met drie coupletten, was bedoeld om op de zondagavond te gebruiken in de huiselijke kring, als een soort overdenking naar aanleiding van de tweede kerkdienst van de zondag. Het eerste couplet begon toen als volgt:
Halleluja! Zondaars zijn geborgen!
’s Vaders zoon verliet het graf!
Wij gedachten dankend aan dien morgen,
Die ons dezen Feestdag gaf.
Akkoord, dat kun je vanwege de taal nu niet meer zo zingen.
Het derde couplet van dit lied is de basis van gezang 96 uit de bundel van 1806, met het opschrift “Na de predikatie.” De versie van 1806 is dezelfde als vandaag en luidt als volgt
Halleluja, eeuwig dank en ere,
lof, aanbidding, wijsheid, kracht,
word’ op aard’ en in de hemel, Here,
voor uw liefd’ U toegebracht!
Vader, sla ons steeds in liefde gade,
Zoon des Vaders, schenk ons uw genade;
uw gemeenschap, Geest van God,
amen, zij ons eeuwig lot.
Waarom zou men dit lied nu hebben weggelaten in de nieuwe bundel? Een van de redenen kan zijn, dat op ouderwetse wijze worde is aangepast tot word’ en dat gebeurt nog een keer met liefde dat liefd’ wordt. Een andere reden kan zijn dat het lied getuigt van een soort vroomheid die men in de moderne tijd niet meer vindt passen. Toch zijn er ook in het nieuwe liedboek liederen die iets soortgelijks beogen als gezang 257: het toezingen van Vader, Zoon en Heilige Geest in een lofzang.
Ik blijf het mooi vinden dat in dit lied Openbaring 5 en 2 Korinthe 13:13 blijft mee klinken.
Wat ik nog erger vind, is dat ook gezang 258 en 259 verloren zijn gegaan in de nieuwe bundel, althans niet meer te vinden zijn. Twee liederen die zoiets als aanbidding tot uitdrukking brengen, moesten weer wijken.
Je wordt er gewoon treurig van.
Laten wij het maar blijven zingen, vooral bij de viering van het avondmaal.