De genezing van de melaatse – Marcus 2:1-12

Zesde deel van de “Belijdeniscatechisatie”, een serie videolessen als voorbereiding op de belijdenis. Dit keer over het eerste deel van Marcus 2, waarin Jezus na de genezing van de man met de onreine geest en de genezing van de vrouw met koorts, nu ook de melaatse heelt. Maar de genezing blijkt een “gelijkenis” te zijn van een veel belangrijker zaak, namelijk de amnestie of de vergeving van de zonden die de Messias komt brengen. Tegen deze vergeving ontstaat nu het verzet.

1 En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapérnaüm gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.
2 En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.
3 En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.
4 En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.
5 En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
6 En sommigen van de schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:
7 Wat spreekt Deze aldus godslasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?
8 En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?
9 Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?
10 Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):
11 Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
12 En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten, en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

De doop van Jezus in de Jordaan – Marcus 1:9-15

Deel 3 in de serie videolessen als voorbereiding op het afleggen van belijdenis.

Het vervolg van Marcus 1 is het onderwerp van deze video.

Jezus laat zich open door Johannes in de Jordaan. Waarom? En wat betekent het dat de “Geest op Hem neerdaalt” in de vorm van een duif? Waarom een duif? En welke verkondiging heeft Jezus nu zelf, nadat Johannes de Doper is gevangen gezet? Daarover gaat het in deze video.

9 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Názareth, gelegen in Galiléa, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan.
10 En terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen.
11 En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
12 En terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn.
13 En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.
Roeping van de eerste discipelen
14 En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods,
15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.

Belijdeniscatechisatie: Marcus 1:1-8

Belijdeniscatechisatie. Deel 2: Het evangelie naar Marcus, hoofstuk 1:1-8.

1 Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van God.
2 Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
3 De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.
4 Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.
5 En al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.
6 En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilden honig.
7 En hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben, nederbukkende, den riem Zijner schoenen te ontbinden.
8 Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest.

Bijbelbespreking: Marcus 1

Verslag van de bijeenkomst op donderdag 22 augustus.

Dit jaar hebben we ervoor gekozen om het evangelie naar Marcus te gaan lezen, om dan later terug te keren naar de brief aan de Romeinen.

Het evangelie is geschreven door iemand die we kennen onder de naam Johannes Marcus. We weten dat zijn moeder Maria heette en in Jeruzalem woonde. (Handelingen 12:12) De familie had personeel thuis (Hand 12:13), zodat ze zeker niet arm zijn geweest. Paulus en Barnabas nemen hem mee naar Antiochië en zo wordt hij hun metgezel in het eerste deel van de eerste zendingsreis. Dan wordt hij doorgaans Johannes genoemd. Halverwege die reis is hij teruggekeerd naar Jeruzalem. Paulus wil hem niet meenemen op de tweede zendingsreis, omdat hij teleurgesteld is over het feit dat Johannes Marcus de eerste keer onderweg is afgehaakt. Dan gaat Marcus met Barnabas mee op weg naar Cyprus. Marcus was trouwens een neef van Barnabas. (Kol. 4:10) Later kwam het weer goed tussen Marcus en Paulus. Aan het eind van zijn leven vraagt Paulus aan Timotheüs, of hij Marcus wilt meenemen, omdat hij "van veel nut is voor de dienst". (2 Tim. 4:11)

Het bijzondere van Marcus is wel dat hij de prediking van Petrus goed gekend heeft – Petrus noemt hem zelfs "mijn zoon"– omdat hij met de apostel in Babylon geweest is. (1 Petrus 5:13) Maar vanwege zijn reizen met Paulus kent hij ook het gedachtegoed van de laatste. Het evangelie van Marcus lijkt dus wat de geschiedenis betreft door Petrus te zijn bepaald, en wat de theologie betreft door Paulus.

In het evangelie zien we vooral de Heer Jezus in de gedaante van de knecht. Daarom staat er zo vaak het woord "terstond" omdat een knecht onmiddellijk de wil van zijn Heer doet. En daarom vinden we ook vaak dat Jezus iets doet op aandrang van de Heilige Geest. We zien in dit evangelie Jezus als de dienstbare mens.

Heeft Marcus Jezus zelf gekend? Waarschijnlijk niet. Maar hij heeft ongetwijfeld via zijn moeder gehoord wat de mensen in Jeruzalem over Jezus verteld hebben, en hij heeft ongetwijfeld vele ooggetuigen gesproken.

Marcus begint niet met het verhaal van Jezus’ geboorte. Het "begin van het evangelie van Jezus Christus" is het optreden van de profeet Johannes. Johannes de Doper is de engel, dat wil zeggen de bode, die de komst van de Messiaanse koning moet voorbereiden.

Die voorbereiding bestaat in de verootmoediging van het volk. Daarom gaat Johannes niet naar Jeruzalem, en predikt niet in de tempel, maar nodigt hij het volk uit om hun oude status en privileges achter zich te laten en naar de woestijn te trekken. Het is alsof hij zeggen wil dat het volk weer opnieuw moet beginnen, dus in de woestijn opnieuw moet worden voorbereid op de intocht in het land. Zijn boodschap moet wel bevreemding hebben gewekt bij de elite in Jeruzalem.

In de eerste plaats omdat hij mensen doopte, wat in de joodse traditie alleen maar gedaan werd met heidenen, die door middel van besnijdenis en doop werden opgenomen in het verbond. Johannes leert dus dat het Joodse volk eigenlijk weer opnieuw Israël moet worden, dat ze hun status tegenover God kwijt zijn geraakt. Bovendien moeten ze gedoopt worden in de rivier de Jordaan. En zij hebben allen ongetwijfeld het verhaal gekend van Naäman, de Syrische hoofdman, die de opdracht kreeg van de profeet Elisa om zich zeven keer te baden in de Jordaan. (2 Koningen 5) Dat was voor de hoofdman een diepe vernedering, en aan dat verhaal zullen de mensen ongetwijfeld gedacht hebben toen Johannes hen doopte in de Jordaan.

Daar komt nog bij dat dit een doop was "van bekering tot vergeving van zonden." Door de doop te ondergaan erkende men tegenover God verkeerd te hebben gehandeld, en Zijn vergeving nodig te hebben. Ten slotte kan het ook nog van belang zijn dat deze Johannes eruitzag als een kluizenaar, als iemand die afstand had gedaan van alle wereldlijke beschaving: gekleed een kameel haar, dat wil zeggen een ruwe stof die eruitzag als een boetekleed, en dan at hij ook nog sprinkhanen zoals het volk Israël dat ooit ook gedaan had. In deze tijd echter was men er niet zeker van of men de toegelaten soorten wel kon onderscheiden, en hadden de farizeeën al bepaald dat men zich beter van sprinkhanen kon onthouden. Johannes claimt dus aan de ene kant een diepe kennis van de wet (en van sprinkhanen!), En laat aan de andere kant een houding van inkeer en boete zien.

Maar het belangrijkste van de boodschap van Johannes staat natuurlijk in vers zeven en acht. Hij mag verwijzen naar de komst van de Messias, die veel "sterker" is dan hij. Johannes kan de vergeving der zonden prediken en met de doop in de Jordaan een krachtig teken geven, zodat mensen tot bekering komen. Zo kan hij de wegbereider zijn. Maar de Messiaanse koning die komt, zal niet alleen prediken, maar dopen met (in de kracht van, of door middel van) Heilige Geest.

Nu zijn wij allen gedoopt met water. Zijn wij ook allen gedoopt met Heilige Geest? Sommige van jullie dachten van wel: je bent immers gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. Het gaat hier niet om de naam waarin je gedoopt bent. Het gaat om het middel van de doop. Water is een kerkelijk teken, een bevestiging van het verbond in het geval van de kinderdoop, en een bevestiging van het geloof in het geval van de volwassen doop. Maar de doop met de Heilige Geest is eigenlijk een ander woord voor de bekering. Als een mens zich naar God keert, geeft deze zijn Heilige Geest aan die mens. Je wordt verzegeld met de Heilige Geest wanneer je je leven aan deze God toevertrouwd. Daarbij ontvang je de vergeving en krijg je het nieuwe leven en wordt je ingelijfd in de gemeente van God, die bestaat uit alle gelovigen. Dat wij dat kerkelijk mogen bevestigen met de doop en/of de belijdenis is van secundair belang. Het wezenlijke is wat er tussen de Heere God en de mens gebeurt.

De Verzoening – belijdeniscatechisatie deel 1

Inleidende video ten behoeve van de belijdeniscatechisatie. De serie zal ook een bespreking van het evangelie naar Markus, een bespreking van de Apostolische Geloofsbelijdenis en het Onze Vader bevatten.