Maakt groot de Heere – 4e Advent

De geest van Kerstmis

Zusters en broeders, gemeente van onze Heere Jezus Christus.

“Moge je de vreugde van Kerstmis ervaren die Hoop is, de geest van Kerstmis die Vrede is, en het hart van Kerstmis dat Liefde is.” Deze tekst las ik op het internet, en variaties daarvan vinden we op allerlei kerstkaarten, in gedichten die mensen elkaar toesturen. Het is de tijd van de “geest van Kerstmis”.

Wat is dan deze geest van Kerstmis? Voor Engelstaligen die Charles Dickens hebben gelezen, is het letterlijk een geest, een spookverschijning.

Voor mensen die zich graag met geschiedenis bezighouden, is het misschien een wonderlijke gebeurtenis tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Duitse en Engelse troepen spontaan, tijdens de kerst van 1914, de wapens neerlegden, elkaar cadeautjes brachten, en op tweede kerstdag zelfs een voetbalwedstrijd organiseerden die door Duitsland werd gewonnen met 3-2.

Voor sommige ondernemers is de “geest van Kerstmis” een likeur die alleen rond de kerstdagen wordt verkocht. (In het engels betekent “spirit” immers zowel geest als sterke drank.)

Sommige mensen hebben het gevoel dat de geest van Kerstmis vooral zit in het sturen van kaarten om elkaar te groeten en het beste te wensen. In ons land worden 1 miljard kerstkaarten verstuurd.

In Engelstalige landen is de geest van Kerstmis verbonden met het geven van geschenken en het eten van meer dan 2 miljard kalkoenen (sic)  – wat wij doen met Sinterklaas doen zij met Kerstmis. Volgens de televisiereclame is de geest van Kerstmis de gezelligheid van het diner met de familie, waarvan je het recept en de ingrediënten zo kunt halen bij de supermarkt om de hoek.

Voor andere mensen is de geest van Kerstmis en geest van treurigheid en verdriet. Voor alleenstaande moeders die nauwelijks in staat zijn een behoorlijke maaltijd op tafel te zetten. Voor mensen die net hun geliefde hebben verloren, en die nu opnieuw eraan worden herinnerd dat ze alleen zijn achtergebleven. Voor weer andere mensen is Kerstmis een tijd om dankbaar te zijn. Dat er weer een jaar zonder al te veel ongelukken voorbij mocht gaan en dat de familie nog intact is. Zo heeft de geest van Kerstmis voor een ieder van ons een of andere betekenis. Of je nu kerkelijk betrokken bent of niet, of je nu gelovig bent of niet. Kerst brengt altijd een bijzondere stemming en een bijzondere aandacht voor elkaar en voor de zin van het leven met zich mee.

Wat is dan eigenlijk de geest van Kerstmis? Voor Elisabeth was de geest van Kerstmis de Heilige Geest die haar deed zeggen tegen Maria: “gezegend ben je onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot.” Wat was de geest van Kerstmis voor Zacharias? Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde: “Geprezen zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en er verlossing voor tot stand gebracht.” En dan is er ook nog een engel in het verhaal. Wat is dan de geest van Kerstmis? De Engel spreekt: “ik verkondig u grote blijdschap, namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is.” En voor de herders? “Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij gehoord en gezien hadden.” En dan vinden we later nog twee andere getuigen van de geest van Kerstmis. Simeon bijvoorbeeld in de tempel na de geboorte van Jezus: “mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken.” En dan de profetes Anna: “zij beleed eveneens de Heere, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.”

Alle mensen die direct of indirect betrokken waren bij de geboorte van Jezus hebben denk ik meer te zeggen over de geest van Kerstmis dan wij. Wat is dan volgens hen de geest van Kerstmis geweest? Ik denk dat je dat in één woord kunt zeggen, namelijk aanbidding. De geest van Kerstmis wil ons naar God toe trekken. Hoe prachtig het ook is dat we met kerst aan elkaar denken, aan familie en vrienden en voedsel en cadeaus en liefde en vrede. Hoe mooi dat ook is, elk van deze mensen die erbij betrokken waren, is niet op al die dingen, maar op God gericht geweest. Familie en vrienden en geschenken en samen eten en vrede hoort ons een heel jaar elke dag weer bezig te houden. En dan komt kerst om ons eraan te herinneren wie de Gever is van al deze geschenken. Om ons hart te richten naar boven. De wijzen komen uit het oosten niet om aan elkaar geschenken te geven, maar hun gaven van aanbidding en eerbied te leggen aan de voeten van dit wonderbare kind.

Wat was de geest van Kerstmis voor Maria?

Het was die zelfde geest van aanbidding. Niemand is ooit dichter bij de geboorte van Christus geweest, als degene die Hem gebaard heeft. En wat is haar antwoord? Het is een lied. Het is een psalm. Het is een lofzegging tegenover God die wordt uitgelokt door de gedachte aan de verlossing die haar Zoon zou brengen. Aan het wonder dat zij is uitverkoren om de moeder van de Zaligmaker te zijn. En nu wil ze niets anders dan de Heere God groot maken, Hem prijzen, Hem aanbidden. Die woorden komen uit haar mond, omdat ze beseft, innerlijk begrijpt wat de komst van de Messias allemaal betekent. Ze aanvaardt wat ze begrijpt door haar geloof en dat brengt aanbidding tot stand, dan ga je ook jubelen, dan komt er ook grote vreugde. Dat is de weg: van het verstand, naar het hart, en van het hart naar de lippen die de Heere God groot maken.

En daarbij denkt ze niet alleen maar aan zichzelf en haar familie. Haar psalm gaat over het volk Israël waartoe zij behoort, dat God wil bevrijden. De wereld zal niet meer dezelfde zijn. Hoogmoedigen worden uiteengedreven zodat ze niet langer kunnen samenzweren in het kwade. Machtigen zullen hun gezag verliezen, van de troon worden gestoten, omdat ze die macht hebben misbruikt om zichzelf te verrijken. Rijken worden met lege handen weggezonden, omdat zij hun rijkdom moeten delen met hongerigen en armen. De gouden tijd zal aanbreken voor allen die God vrezen: nederigen worden verhoogd, hongerigen worden verzadigd, armen zullen ontvangen wat zij nodig hebben. Dat was Gods belofte voor Kerstmis en als de wereld haar Heer en Verlosser aanvaardt, zal God al deze dingen doen.

De ware geest van Kerstmis hoort aanbidding te zijn van de koning die God in deze wereld heeft gebracht. De ware aanbidding is iets van het innerlijk, van de innerlijke geest van elk mens. Mijn ziel, zegt Maria, maakt de Heere groot. Aanbidding zit niet in de kerstkaart, de kerstmaaltijd, in het zingen van de traditionele liederen, in de knusheid van dezer donkere dagen voor Kerst, of in het aansteken van kaarsen en verlichte kerstbomen. De ware aanbidding komt uit het innerlijk van een mens. Het uiterlijke kan ons helpen, maar ook in de weg zitten. We lezen het kerstverhaal en horen van de geboorte van Jezus. Het is ons allemaal vertrouwd. Ze gingen naar Bethlehem. Er was geen plaats in de herberg. De engel verscheen aan de herders. De wijzen kwamen uit het oosten. We weten het uit ons hoofd. Maar is er deze kerstdagen in uw en mijn innerlijk iets van de vreugde, de verbazing, de opwinding, de dankbaarheid, en de aanbidding tegenover God, die wel aanwezig was bij deze eerste getuigen, bij Elisabeth, Zacharias, Simeon, Anna, en bij Maria?

De ware geest van Kerstmis is niet beperkt tot de kerstdagen alleen. Het woord dat Maria gebruikt aan het begin van haar psalm, betekent dat zij voortdurend de Heere groot maakt. Steeds weer opnieuw, niet alleen maar toen op dat moment, maar steeds weer opnieuw maakt zij in haar gedachten de Heere groot en verheugt zij zich in God haar Zaligmaker. Het is een manier van leven voor haar. En het zou een manier van leven moeten zijn voor ons. De Geest van Kerstmis is de geest van aanbidding. Paulus hoopte dat in zijn leven Christus zou worden groot gemaakt. Dat er in zijn leven iets zichtbaar zou worden van de liefde van God in Christus, van de vergevingsgezindheid en de vrede en de barmhartigheid van Gods karakter. De geest van Kerstmis is de geest van aanbidding die ons ertoe brengt om Christus na te volgen, te wandelen in de liefde, elkaar te vergeven en alle bitterheid en woede en toorn en geschreeuw en laster van ons te laten wegnemen door de kracht van de Heilige Geest.

Laten wij bidden om die geest van Kerstmis. Ik wil u vragen een ogenblik van stilte te nemen om in uw hart te bidden en dan een gebed uit te spreken, wilt u dat doen samen met mij? Het gebed is heel simpel: Heere, maak dat ik u mag aanbidden. Want U bent gekomen om mij te verlossen. Wilt u dat voor uzelf bidden met uw eigen woorden?

Stilte

U Heere Jezus zij de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in eeuwigheid. Amen

Maar dan de preek zoals die werkelijk is geworden. Andere accenten, andere tekst, een groot verschil.

Johannes (56) – Jezus weende

Joh. 11:28-35

Gelooft u dat? Jezus zegt tegen Martha dat Hij de Opstanding en het Leven is. Geloof je dat, Martha? En Martha zegt: “Ja, Heere.” Ze heeft al geloofd dat Hij “de Christus is, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.” Zij weet nog niets over de kruisiging en Zijn opstanding. Dat moest nog gebeuren. Martha is een voorbeeld van een gelovige onder het verbond van God met Israël. Wij zijn gelovigen van het nieuwe verbond, omdat wij leven na de opstanding. Maar eigenlijk zijn wij niet te beschouwen als twee verschillende soorten van gelovigen. Martha geloofde in de Zoon van God, evenals wij.

Geloof je het evangelie? Bij alles wat we gelezen hebben uit het evangelie naar Johannes is dat in zekere zin de kernvraag. Je leest het, je neemt er kennis van, maar geloof je het ook? Als je het niet gelooft, dan is het niet omdat er geen betrouwbare getuigenissen zijn geweest. Het is niet de dwingende reden om het evangelie te geloven, want geloof is geen verstandelijk inzicht maar het buigen van de wil voor God, maar het zijn wel die getuigenissen die je ertoe kunnen brengen. Als je eenmaal het wonder hebt meegemaakt dat je het gelooft, valt het wel op hoeveel getuigen het geloof onderbouwen. Er zijn ooggetuigen geweest van de opwekking van Lazarus, er zijn ooggetuigen geweest van het lege graf en de verschijningen van Jezus na Zijn opstanding, en op een enkel moment was er zelfs een verschijning van Jezus aan meer dan 500 mensen.

Vanuit de veilige afstand die wij nu hebben in de tijd, is dat makkelijk aan te vechten. De getuigen hebben gelogen, zijn misleid, zijn verzonnen door de schrijver van dit evangelie. Je kunt die vraag te stellen. Maar dat het mogelijk is om een getuige aan te vechten, maakt die getuigen niet onbetrouwbaar. Om een getuigenis te weerleggen, moet je er een ander getuigenis naast kunnen leggen dat het tegenspreekt. Een getuige dus die kan verklaren, dat de opwekking van Lazarus niet heeft plaatsgevonden, Jezus niet is verschenen, er een dringende reden was om te liegen. Maar dat is wat modern ongeloof nooit doet. Als in een rechtszaak vele getuigen komen uitleggen wat naar hun beleving de ware toedracht is, en nergens getuigen kunnen worden gevonden die het tegendeel beweren, wat zal normaal gesproken een rechter dan doen?

Wat het moderne ongeloof altijd doet, is niet wat het zou moeten doen, nl. een getuige produceren die geloofwaardig het tegendeel beweert, maar het doet sinds de 18e eeuw een beroep op algemeen erkende wetenschappelijke inzichten. Zo kun je leren van de medische wetenschap en de biologie, dat het lichaam van een gestorvene na vier dagen in het graf zozeer aan bederf onderhevig is geweest, dat het ondenkbaar is dat we met schijndood te maken hebben. Zo kun je leren van de medische wetenschap dat opstandingen uit de dood niet plaatsvinden omdat dat een wetenschappelijke onmogelijkheid is. Het bederf waaraan een lijk onderhevig is, kan niet worden teruggedraaid; dat is ook een algemene wet in het heelal. Er is geen proces denkbaar waarmee je een gebakken ei weer kunt omvormen tot een rauw ei. Maar de getuigen van de opwekking van Lazarus zijn ook niet ooggetuigen geweest van een natuurwet in actie. Ze hebben een daad van de schepper meegemaakt. Als je van tevoren uitsluit, op grond van een principieel ongeloof, dat er een God is die het onmogelijke kan laten gebeuren, die iets uit niets kan laten ontstaan, die spreekt en het is er, dan moet je de getuigen van het nieuwe testament principieel afwijzen.

In het 11e hoofdstuk van dit evangelie wordt duidelijk dat de getuigen van de opwekking van Lazarus in ieder geval geen misleide mensen waren, maar dat zij zelf helemaal niet van tevoren al geloofden in de mogelijkheid van een opwekking uit de doden. Martha gelooft dat haar broer weer zal leven op de laatste dag, maar zij gelooft niet dat Jezus bij machte is om het daar en toen ook al te laten plaatsvinden. Datzelfde geldt voor Maria. Hun “vooroordeel” was gebaseerd op vroegere ervaringen. Zij wisten dat Jezus iemand kon genezen, kon redden van de dood, en misschien zelfs uit de dood kon terughalen als iemand net gestorven was. Maar ook zij begrepen, dat het gebakken ei geen rauw ei kan worden, dat het verval van het lijk van Lazarus niet kon worden teruggedraaid. Of zij dat nu begrepen met wetenschappelijk inzicht of door hun normale verstand, maakt in zekere zin niets uit. Zij zijn getuige geweest van iets, wat tegen hun levenservaring en verstand en zelfs hun geloof inging. Zij wisten: Lazarus is gestorven, wij hebben hem begraven, hij is nu vier dagen in het graf, zijn lichaam is bezig uiteen te vallen. Einde verhaal.

Martha gelooft wat Jezus tegen haar gezegd heeft, omdat zij Jezus vertrouwde. Maar het is de vraag of zij het heeft begrepen, en het is de vraag of haar geloof al tot zekerheid gerijpt was. In vers 28 gaat Martha bij Jezus weg om Maria te roepen. Het lijkt erop dat Jezus haar die opdracht ook heeft gegeven want Martha zegt tegen haar zuster: “de Meester is er en Hij roept u.” Jezus blijft nog even buiten het dorp staan. We lezen in vers 29 dat Maria meteen naar Hem toe gaat. Maar Maria komt niet alleen. Vers 31: “toen dan de Joden, die met haar in het huis waren en haar troostten, zagen dat Maria snel opstond en naar buiten ging, volgden zij haar en zeiden: Ze gaat naar het graf om daar te huilen.” Zo is er straks een grote groep van getuigen.

Maria is ontroostbaar. Zelfs na vier dagen heeft het verdriet haar nog steeds volledig in de greep. En ook het verwijt is nog sterk in haar hart, dat waarschijnlijk door Martha bedacht is en aan Maria is doorgegeven. “Heere, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn.” Maria huilt en de Joden die met haar meegekomen waren huilden ook. Het is een sterk woord in het Grieks. (klaioo) Het is snikken, en weeklagen, vanwege een verdriet dat zo sterk is, dat heel je lichaam ervan schokt. En dan horen we van de reactie van Jezus in vers 33: “Toen Jezus haar dan zag huilen, en ook de Joden die met haar meekwamen, zag huilen, werd Hij heftig in de geest bewogen en raakte innerlijk in beroering.” Wat betekent dat, “innerlijk in beroering” zijn? Het kan betekenen dat je diepe emoties voelt, het kan betekenen dat je heel erg boos bent of verontwaardigd. Het is een innerlijk kreunen, een pijn in je ingewanden en verwarring. Verdriet, gelatenheid, lijdzaamheid, woede – al die emoties grijpen Jezus aan in Zijn geest. Letterlijk staat er: “bracht Zichzelf in beroering.” Ik denk dat dat betekent dat Jezus hier toelaat om te voelen wat Maria en haar bezoekers gevoeld hebben. Is dat niet wat de brief aan de Hebreeën ons ook duidelijk maakt? Jezus moest deel krijgen aan vlees en bloed (Heb. 2:14) en in alles aan Zijn broeders gelijk worden (Heb. 2:17). Daarom mogen we weten dat Jezus waarachtig begrijpt wat het betekent om iemand te verliezen die je liefhebt – Lazarus heet ook een vriend van Jezus: “hij die U lief hebt, is ziek.” (Joh. 11:3) Maar Jezus voelt hier ook de pijn vanwege het ongeloof dat dit verdriet bij Martha en Maria heeft gevoed. Jezus begrijpt de pijn en het lijden van elk mens, ook van degene die zichzelf door hun ongeloof van God hebben vervreemd.

Het is opvallend dat Martha en Maria en hun gasten naar Hem toe moeten komen. Waarom is dat? Waarom gaat Jezus niet het huis van de rouw binnen? Ik denk dat dit de reden is. Om te zien dat Hij de macht over de dood heeft, moeten ze het huis van rouw verlaten. Ik denk dat daar een prachtige betekenis in ligt. Ze verlaten het huis van de rouw, waar ze aan hun eigen gevoelens zijn overgelaten, om naar het graf toe te gaan. Dat betekent dat ze de dood en alle realiteit van het menselijke sterven onder ogen moeten zien. Niet opgesloten raken in je verdriet, maar de oorzaak ervan onder ogen zien, dat is het eerste. Ze gaan daarom naar het graf. Maar daardoor komen ze ook bij Jezus, die daar al is. Hij is aanwezig in en bij die realiteit van de dood. Hij heeft net uitgesproken dat Hij de Opstanding en het Leven is. Hij heeft de dood tegengesproken, althans duidelijk gemaakt dat de dood niet het laatste Woord heeft, maar dat Hij dit laatste Woord spreken zal. Die twee dingen gaan dus samen.

En misschien kun je als derde element de rouwklacht noemen, het werkelijk beleven en ervaren van het tragische van de dood. Die machtiger lijkt te zijn dan liefde. Jezus houdt hen niet tegen in hun verdriet, in hun huilen. Hij huilt ook en er staat zelfs dat Hij weende. Daarmee wordt tegen iedereen gezegd dat het verdriet van het afscheid menselijk en waarachtig is. De Stoïcijnen zouden het niet goedkeuren, en zouden zeggen dat je je wijsgerige onverstoorbaarheid zelfs niet moet verliezen tegenover de dood. De Pythagoreeërs zouden zeggen dat je niet hoeft te wenen bij een graf, omdat de onsterfelijke ziel toch wel weer in een ander lichaam zal terugkeren. Maar voor Jezus is dit huilen en weeklagen terecht, het is een uiting van liefde die iemand wil vasthouden, het is een uiting van dankbaarheid en waardering voor het menselijke leven dat zo kort is, maar toch zo’n prachtig geschenk van de Schepper. Daarom hoort dat erbij.

Deze drie dingen zijn dus de voorbereiding: het huis van de rouw verlaten om naar het graf gegaan, om naar Jezus te gaan, in het volle besef van de realiteit van de dood. Om dan te ontdekken dat Jezus niet is gekomen om mensen aan die pijn, aan die tragische ervaring van het definitieve verlies, aan de macht van de dood en de duivel over te laten. Hij is gekomen om hun geloof te wekken zodat ze daarvan verlost zouden worden. Daarom vraagt Hij waar ze Lazarus hebben gelegd. Niet dat Hij niet weet waar dat graf is, maar Hij vraagt het opdat allen met Hem mee zouden gaan.

En dan komen we bij vers 35, het kortste vers in de bijbel, slechts twee woorden. “Jezus weende.” Hier wordt een ander woord gebruikt dan wat we net tegenkwamen. (Niet klaioo, maar dakruoo.) Dit is niet het luide, expressieve “huilen” en weeklagen van Maria, maar dit woord betekent dat plotseling de tranen over je wangen biggelen, het is een stil janken, een uitbarsting van verdriet naar binnen toe, zonder geluid. Dit is de Man van smarten uit Jesaja 53. Dit is de Man van wie gezegd wordt dat Hij ons leed heeft gedragen, die de ziekte van anderen heeft gedragen evenals hun zonden. En zo, midden in het evangelie dat ons Jezus voorstelt als de waarachtige en volmaakte Zoon van God, is Hij volledig en volmaakt de Zoon des mensen. Jezus weende. Wanneer Hij ziet wat er omgaat in de harten van Maria en Martha, dan voelt Hij Zijn eigen verlies, en het verlies van de zusters, en hij voelt het ongeloof van de menigte, en de pijn van alle mensen in alle tijden. Dit is de barmhartige en getrouwe Hogepriester, die mee kan voelen met de gelovigen, en daarom namens ons kan pleiten bij God. Hij is een Hogepriester die “medelijden kan hebben met onze zwakheden, en die in alles op dezelfde wijze is verzocht, maar zonder zonde.” (Heb. 4:15)