1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen.
2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten.
3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.
4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
We willen ons door die woorden laten vermanen en troosten. Maar we kijken naar onszelf, naar onze gemeente en dan weer naar de woorden van Handelingen 2. Wat een verschil! Verdeelt de heilige Geest zich vandaag en zit Hij op ieder van ons? Vervult Hij dit huis, waar wij bijéénzijn? Spreken wij daarom over de grote daden van God? Niet eens in vele talen, maar in die éne taal die wij delen? Is het feest van Pinksteren niet het feest van de schuwe eerbied voor een tijd en een plaats, waar de Gemeente van God vol kracht en inspiratie in deze wereld was? Waar wij als slinkende, vergrijzende en armlatige gemeente zo scherp tegen afsteken? Zijn wij dan nog weleens zo “buiten onszelf” dat het enthousiasme voor de Heer Jezus en Zijn liefde voor ons, ons dronken maakt van vreugde?

Valt de Geest op ons? Het is de vraag. Die ons hart soms doorklieven kan. Maar wij liggen in de slaap van ons dagelijks leven, van onze gewoonten, van wat onze ervaring ons vertelt. Bij ons gaat de televisie aan, en Gods Woord dicht. Valt de Geest op ons, voorzichtige, nuchtere, terughoudende, diplomatieke, onverschillige, soms wat zwaarmoedige en aarzelende en ook wel ongelovige mensen uit Ter Apel? Waar onze kerk een naam draagt die je ook weleens op lagere scholen ziet? En waar geen kerktoren trots omhoog wijst, omdat we nauwelijks durven zeggen dat alle zegen en alle gezag en alle genade en alle heil van Boven komt? Is Gods Geest dan werkelijk op ons neergedaald, op iedereen die hier zit? Is er bij ons niet steeds een of andere onvolkomenheid, een zonde, of een verdriet, of een twijfel waardoor wij zouden zeggen: “hoezo? Is Gods Geest in mijn hart en leven? Is Gods Geest in mijn gemeente? Ik merk er niets van. Ik zie het niet gebeuren. Ik voel de kracht er niet van. Ik wist niet eens dat dat mij overkomen kon. Ik wist niet eens dat ik ernaar zou kunnen verlangen. Dat is toch alleen maar iets voor de geestdrijvers, de fundamentalisten, de blije christenen, de fanatiekelingen onder de Christenen die met hun handjes in de lucht zwaaien?”
Laat ik om te beginnen tegen u zeggen dat het wáár is, dat Gods Geest op ons is neergedaald. Het is wáár dat Gods Geest in de gemeente van Christus woont, dus ook hier in de Protestantse Gemeente Ter Apel. Het is wáár dat de Geest van God in iedere gelovige woont, dus ook in jou. Ook in jou met je twijfels, ook in jou met je verdriet, ook in jou, met de verse en scherpe rouw nog in je hart, ook in jou, die daar zit met zovele vragen over de tragedies in het leven. Ook in jou, die hier zit omdat het van je verwacht werd, of omdat je graag vrienden en bekenden wilt zien. Zelfs in jou, die de afgelopen week nauwelijks hebt gebeden en in wiens huis de bijbel niet is opengegaan. De Geest van God woont in jou. Juist misschien in jou die de zwaarte van het leven zo diep gevoeld heeft, als je iemand hebt verloren die jou nabij was, die je hebt liefgehad met alles wat in je is, juist in jou woont de Trooster, de heilige Geest.

Waarom woont de heilige Geest in ons? Het is waar omdat de Heer Jezus Christus op aarde kwam, geboren werd als een nederig mens, lag in een kribbe, werd gedoopt in de Jordaan, rondging om te genezen en Gods heil te verkondigen, maar werd geminacht en bespot, omdat Hij werd gekruisigd en begraven maar op de derde dag weer opstond uit de doden, omdat Hij terugging naar de Hemel en daar nu zit aan de rechterhand van Gods majesteit in de hoge. En vanuit die hoogte, waar Hij is, komt dan deze heilige Geest. Diezelfde heilige Geest die Maria overschaduwde en Die in Christus was, die Hem de woestijn van de verleiding in dreef, die Hem nabij was in de Hof van Gethsemané, toen Hij in de diepte van Zijn doodsangst ervoor koos om God trouw te blijven en Zijn levenseinde uit de hand van de Vader te ontvangen. Dat is de Geest door Wiens kracht onze Heer zichzelf kon opofferen als het volmaakte offer voor onze zonden en schuld. Die Geest van Christus, die de Heer Jezus verheerlijken wil, die ons bekend wil maken met wie Christus is, die ons aan Hem gelijkvormig wil maken, die Geest, dat is de Geest die van boven kwam en allereerst op de twaalf apostelen neerdaalde.

Petrus wist het: die belofte van Gods Geest was niet alleen voor hen. Voor hen was de belofte, maar ook voor allen die toen nog ver waren, “zovelen als de Heere onze God er roepen zal.” Die verren, die nog geroepen zouden worden, dat zijn wij. Geroepen om erbij te zijn. Getuigen van Christus te zijn. Om in ons zelf, en in onze gemeente de Kracht van boven te kunnen ontvangen.
Er is veel dat waar is van ons leven, zoals we dat in Christus hebben ontvangen, dat voor onze ogen verborgen blijft. Zondag na zondag hebben we er de laatste tijd bij stilgestaan. Hemelingen zijn wij in Gods ogen, geroepen heiligen, geroepen om deelgenoot van Christus te zijn, en nu met Pinksteren: wij zijn de ontvangers van Gods eigen Geest en van Zijn kracht. En toch zien we het wonder van Pinksteren en van onze hemelse roeping niet. Gods Geest ligt in ons te wachten, totdat we Hem opmerken, ons naar Hem toekeren, om kracht en onderwijs te ontvangen. Met een luide stem zal vandaag die roepstem nog eens moeten klinken om ons wakker te schudden. Om het wonder te mogen meemaken: Gods Geest is in ons neergedaald. Hij vervult het Huis waar wij vandaag mogen zitten met Zijn aanwezigheid, zodat het Gods Huis mag zijn. Hij vervult ons leven met Zijn tegenwoordigheid, zodat wij Gods kinderen mogen zijn. Als wij daarvan zeggen: maar hoe kan dat toch? Ik zie daar niets van? Ik merk dat niet in mijn leven? Laten we de fout dan in de eerste plaats bij onszelf zoeken en niet bij Christus die de Trooster heeft gezonden opdat Hijzelf in ons midden aanwezig zou zijn.
Hem zij de heerlijkheid en de kracht en de eer tot in alle eeuwigheid.
AMEN
Vind-ik-leuk Aan het laden...