Expository preaching oftewel “tekstuitleggende”, of “tekstvolgende” prediking, is een manier van prediken waarin de betekenis van een passage of tekst van de Schrift centraal staat, die ook bepaalt hoe de prediking verloopt. Dus niet alleen het onderwerp wordt vastgelegd door de tekstkeuze, maar ook de inhoud, wat erover gezegd wordt, en ook de verschillende stappen van de preek. De opbouw van de preek volgt de opbouw van de tekst.
Lees verder “De 15 voordelen van tekstuitleggende prediking”Tag: predikantschap
Weerstand tegen de prediking
Mijn leraar zei het zo:
“Als jij een predikant wil zijn, dan moet je het Woord van God prediken. Dat is wat je doet. En het is werkelijk heel simpel: als je trouw blijft aan je opdracht zul je niets anders doen de rest van je leven dan Gods Woord prediken. Dan ben je geheel en al toegewijd aan dat Woord om de heerlijkheid van God te laten zien door het Woord van God uit te leggen, toe te passen en te verkondigen. Dat is wat je moet doen.”
En ik dacht, dat wil ik doen, zo wil ik zijn. Een predikant die Gods Woord laat spreken. Die niet met zijn eigen ideetjes en gevoelens en ervaringen tussen dat Woord en de mensen in gaat staan, maar een venster is, een spiegel, waarin dat Woord kan worden gezien en ervaren. Zo wordt de heerlijkheid van God en Christus aan mensen overgebracht. Daar raken ze enthousiast van, omdat ze de God die ze al kennen beter leren verstaan en begrijpen. Omdat er licht valt op hun eigen leven, maar ook af en toe een licht dat hun eigen duisternis aan de dag brengt – en de mijne net zozeer.
Tijdens mijn vakantie dit jaar heb ik drie weken niet gepreekt. Ik heb wel af en toe geluisterd naar de prediking van anderen. Het meeste daarvan via internet. Mijn ervaring was er een van schok. Soms hoorde ik stemmen die klonken alsof de spreker aan de drugs was, schreeuwend, ekstatisch, alsof het verstand hem verlaten had. Geen Bijbelse woorden maar kreten, die steeds weer opnieuw werden herhaald. En dan stemmen die de indruk gaven dat de spreker door een diep dal heen ging, alsof het er allemaal te zwaar was, geen vreugde, geen enthousiasme, maar een keurig nette uitgewerkte preek, zonder zout en zonder vuur. En in veel gevallen een los verband met een Bijbelse tekst, of gewoon een naverteld verhaal. Met de flinterdunne les dat we goed en fatsoenlijk moeten leven, of juist met de overdreven boodschap dat we ons dagelijks leven moeten opgeven om als een soort maniak door het leven te gaan. Flinterdun. In beide gevallen. De Bijbelse tekst kwam niet aan het woord. Geen diepte, geen doorzicht op Gods heerlijkheid, allemaal al te menselijk en vlak.
Ik vermoed dat de meeste prediking zo werkt. Ook in onze eigen kerk. Het is niet diep en het is niet hoog. Het raakt jouw leven in geloof niet en het neemt je niet mee naar een ander gezichtspunt. Het geeft je een goed gevoel omdat het bevestigt wat je al wist, omdat het je leven niet onder kritiek stelt, omdat alles wat je bent en doet al prima en goed is, en af en toe zit er een woordgrapje in wat je onthouden kunt of een vergelijking die je kunt navertellen, en met die bijzaak loop je dan een vol uur enthousiast rond – mooie preek vandaag! – maar het beklijft niet en het raakt de diepte van je bestaan niet.
Wie naar de kerk gaat om een preek te horen, die is daar tijdens de preek om iets te leren over zichzelf en God. Dat is wat Bijbelse waarheid altijd doet: jou laten ontdekken wie je eigenlijk bent, en bovenal je laten ontdekken wie God eigenlijk is. De waarheid van jouw leven wordt zichtbaar door de bijbel. En de God van de bijbel staat boven de kerk, boven jouw leven, boven jouw vanzelfsprekendheden, je gezelligheid, je goede gevoel over jezelf. En, moet je als luisteraar beseffen, ook boven de predikant. En die beseft dat juist ten volle. Als dus wordt gepredikt in overeenstemming met de bijbel, dan hoor je een stem die gezag heeft over die predikant maar ook over jou. Dat is ook het gevaar van de prediking. Als de prediker vanaf de kansel alleen maar beweert wat je toch al weet, dan heiligt hij jouw eigen misverstand over jezelf, dan bevestigt hij als het ware van Godswege het genoeglijke gevoel dat jij hebt dat alles wel in orde is.
Als iemand zegt dat de prediking te duidelijk is, dan klaagt hij over een eigenschap die elke prediking zou moeten hebben: helderheid. Als iemand klaagt over het feit dat hij in zijn geweten wordt geraakt door de preek, dat er iets wordt blootgelegd wat volgens de prediking niet goed is, dan klaagt hij over Gods stem die zijn geweten raakt. In plaats van bij zichzelf na te gaan wat er in zijn leven mis is, wijst hij het simpele feit af dat God tot hem heeft gesproken. Gelukkig kun je dan de predikant de schuld geven, want die had toch kunnen weglaten wat in de Bijbelse tekst zo scherp verwoord stond. Als je klaagt over de prediking omdat het steeds maar over hetzelfde gaat, dan klaag je over het feit dat je het evangelie zelf zat bent. Omdat je de verschillende aspecten van het evangelie helemaal niet horen wilt. Want je bent al tevreden met het flinterdunne idee, dat God jou heeft vergeven. Dus jouw leven is helemaal in orde. Jij hoeft je nergens meer zorgen over te maken. En met jouw geloof is alles in orde, want je gaat toch immers naar de kerk. En met dat misverstand over het evangelie tussen je oren, wijs je de prediking af, die de diepte van het evangelie aan jou wil verduidelijken. Nee, je kiest voor de oppervlakte.
Mijn leraar wees mij op 2 Timotheus 4:2. “Predik het Woord.” Niet mijzelf, niet het goede gevoel, geen entertainment, maar het Woord. Daar heb ik mijn leven aan gewijd. Wee mij, als ik dat Woord niet verkondig. En het vervolg: “gelegen of ongelegen.” Of de hoorders er een goed gevoel bij krijgen of niet. De maatstaf is niet het goede gevoel, maar of er getrouw aan het Woord wordt gepredikt.
De predikant is een heraut. En zijn boodschap is het Woord van God. De “toeter” waarmee hij die boodschap verkondigt, die is van hemzelf. Dat is zijn stem, zijn gebaar, zijn woordkeus, zijn manier van spreken. Maar de boodschap is het belangrijkste, eigenlijk het enige dat telt. Die is aan hem toevertrouwd. Als de taak van een predikant is om de boodschap van God door te geven, welk recht heeft hij dan om er veranderingen in aan te brengen of het anders te presenteren dan wat het is? De prediking moet dus helder zijn wat het Woord betreft. Het is niet de taak om je aan te passen aan datgene wat mensen makkelijk kunnen verstaan. Natuurlijk moet je rekening houden met het begripsvermogen van de gemeente. Maar niet in de zin dat de boodschap moet worden vervalst zodat de indruk wordt gewekt dat het makkelijk te begrijpen valt. Wat makkelijk te begrijpen valt, zijn de misverstanden waarmee je dagelijks leeft. Elk afscheid van zo’n misverstand roept een gevoel van weerstand op, en het vergt vertrouwen in de prediking om dat te overwinnen. Maar dat is de manier waarop God onderwijst. Hij zoekt jouw weerstanden op tegen de waarheid, en helpt je dan met zachte hand door die weerstand heen zodat je aanvaardt wat het Woord zegt.
Mijn leraar krijgt van mij het laatste woord: “Ik wil je met de grootste nadruk zeggen, dat je bij het uitleggen van Gods Woord uitsluitend moet proberen om de betekenis van de tekst weer te geven. Laat nooit en te nimmer de tekst functioneren als een pop, die uiteindelijk alleen maar zegt wat jij kwijt wilt. Hoe aardig en leuk en vriendelijk en gezellig dat dan ook klinken mag. Wat niet in de tekst staat, is voor jou als predikant verboden vrucht, en het is werkelijk in Gods ogen een zonde, als je Zijn Woord op die manier misbruikt om te zeggen wat God Zelf niet gezegd heeft.”
AMEN
Volharden in de prediking
Wat zijn de kenmerken van een goede prediking? Of beter gezegd, welke eigenschappen moet een predikant hebben om tot een goede prediking te komen. Want ik wil het nu niet hebben over de uitvoering van de prediking, maar de voorbereiding op de prediking. Wat zijn de beginselen die daarbij een rol spelen?
Ik meen dat we daar het een en ander over vinden in de brieven van Paulus. In de eerste plaats de fraaie tekst uit 2 Korinthiërs 4. “Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here.” Wat betekent dat dan, “onszelf prediken”? De prediking heeft blijkbaar ofwel onze eigen persoon, ofwel Jezus Christus tot onderwerp. Net als in hoofdstuk 1:19, waar we lezen “Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u gepredikt is door ons.” De prediking heeft geen tekst als onderwerp, en geen thema, en is in strikte zin geen boodschap over het een of het ander, maar is een verkondiging van een Persoon. Jezus Christus als Zoon van God, als Here.Wel is het mogelijk dat ik feitelijk mijn eigen geloof, mijn eigen denken, mijn eigen gevoelens tot het onderwerp van de prediking maak. Ik selecteer hier en daar een tekst die mij aanspreekt, of ik herhaal een boodschap die de gemeente al vele malen gehoord heeft, met hier en daar een kleine variatie. Maar dat is niet het echte onderwerp van een preek.
Is onze prediking dan niet eentonig? Heeft het dan elke zondag weer hetzelfde onderwerp? Ja! Als je dat onder “eentonig” verstaat. Het gaat niet elke zondag over hetzelfde, maar wel over Dezelfde. De bijbel is het schriftelijk getuigenis van het vleesgeworden Woord van God. Predikanten verkondigen het evangelie, maar dat is het “evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is.” (2 Kor. 4:4b) Kunnen we dan nooit over het Oude Testament prediken? Natuurlijk wel, want we kunnen verkondigen wat er in Mozes en de profeten over Jezus Christus geschreven staat, en de waarheid van God is onveranderlijk, ook al vinden we die in het Oude Testament als het ware onder een sluier. Maar die sluier of bedekking “wordt tenietgedaan in Christus.” (2 Kor. 3:14b)
Andere aanwijzingen voor de voorbereiding van de prediking vinden we in de tweede brief aan Timotheus. We kunnen dat in een aantal punten samenvatten.
- “Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt.” (Vers 14)
Dat is het eerste punt, vasthouden aan wat je hebt geleerd, omdat je de persoon vertrouwd van wie je het geleerd hebt. Dat gaat niet om een of andere leraar aan de Universiteit. Maar er is altijd wel iemand in je verleden die deze bijzondere positie inneemt, die het je geleerd heeft. Dat persoonlijke onderwijs is van groot belang. Het geeft ons de zekerheid van wat we geleerd hebben, omdat ze in de persoon van die leraar kunnen zien dat het waar en waarachtig is wat we geleerd hebben. Van wie heb ik het geleerd? Van iemand die al overleden is voordat ik ging studeren: Karl Barth, en van iemand die nu nog predikt: John MacArthur.
- “En u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid.”
Uiteraard is dat het tweede. Grondige kennis van de bijbel, niet als object van academisch of historisch onderzoek, maar als de schriftelijke vorm van Gods Woord. Dan kunnen de Bijbelse teksten ons “wijs maken tot zaligheid.” En dan is het fundament van onze kennis van de bijbel: “het geloof dat in Christus Jezus is.”
- “Te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.”
Hier vinden we tenminste vier verschillende vormen van de prediking. Onderwijs – opdat de gemeente de waarheid leert kennen om op grond van die kennis ook te leven. Weerlegging – omdat er tegenspraak is tegen de waarheid, en de predikant de plicht heeft om onwaarheid te weerleggen, het evangelie te verdedigen, vooral wanneer het door valse leringen verborgen dreigt te raken. Verbetering – opdat wij zouden groeien in geloof hoop en liefde. Het evangelie reikt ons de instrumenten aan om ons gelovige leven te verbeteren. En tenslotte opvoeding in de rechtvaardigheid – de uitleg van de wil van God voor het dagelijkse leven. Een dergelijke preek wordt dan vaak een vermaning genoemd.
Vasthouden aan de leer, ondergedompeld zijn in de kennis van de bijbel, en daarmee onderwijzen, weerleggen, verbeteren en opvoeden. Dat is wat deze tweede brief aan Timotheus ons duidelijk maakt.
Paulus schrijft deze brief aan Timotheus in hele bijzondere omstandigheden. Hij roept hem daarom op: “predik het Woord.” Niets anders dan het woord. Waarom deze nadruk? Hij vervolgt met de woorden: “Volhard daarin, gelegen of ongelegen.” Ook als mensen zouden zeggen dat het hen niet zo past, dat ze wel eens wat anders willen horen, dat ze het eentonig vinden, dat ze er genoeg van hebben om steeds maar over Dezelfde Persoon te horen prediken, ook dan zegt Paulus: “Volhard daarin.”
Waarom dit zware accent? Het derde vers van hoofdstuk vier geeft het antwoord. “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt” – wat prettig is om te horen, wat geen aanstoot geeft, waardoor ze niet hoeven na te denken, iets dat aansluit bij de opvattingen en meningen die ze al hebben – “en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerte” – je kiest gewoon de predikant in een gemeente die dichtbij je staat in overtuiging, zodat je niet geprikkeld wordt tot nadenken of tegenspraak hoort tegen je meningen. “Die tijd zal komen”, zegt Paulus, maar ik zeg u, dat die tijd al gekomen is. “Zij zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.”
En in die situatie kan Paulus alleen nog maar oproepen om nuchter te blijven en “Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle.”
Dat is wat tegenwoordig van een predikant gevraagd wordt: onderwijzen, weerleggen, verbeteren en opvoeden; volharden in de prediking van het woord met “alle geduld en onderricht.” En verdrukkingen lijden omdat mensen de gezonde leer niet langer verdragen, maar zoeken wat het gehoor streelt.
Het is niet makkelijk om een dienaar van het Woord te zijn. Hoe vaak heb ik nu al niet gedacht dat ik het zou moeten opgeven? Maar ik heb mij de woorden van Paulus eigen gemaakt: “De Here heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht geven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden.” (2 Timotheus 4:17)