Myn Godt is myn heerder … Datheen en verder

Psalm 23 wordt bij ons altijd gezongen wanneer iemand in de week daarvoor is overleden. Psalm 23 vers 1 en 6, d.w.z. de versie van Gezang 14. Een kleine vergelijking:

In de HSV luidt de tekst:

De HEERE is mijn Herder,
mij ontbreekt niets.
2 Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,
Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.
3 Hij verkwikt mijn ziel,
Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid,
omwille van Zijn Naam.

Er staan dus echt vier verschillende gedachten: (1) mij ontbreekt niets, (2) ik word naar grazige weiden en stille wateren geleid die mij verkwikken, en (3) ik word in het spoor van Gods gerechtigheid geleid. En dit alles “om Zijn Naam” waarmee vers 3 besluit.

In de gemeenten van de Nederduits Gereformeerde Kerk, opgericht in Emden in 1571, werden de Psalmen van Datheen gezongen. Welnu, deze Datheen – op zijn 19e bekeerd tot het Protestantisme, een Calvinistische kerkleider en vertaler van de Psalmen, vervolgd door Willem van Oranje omdat hij de ware godsdienst wilde laten steunen door de overheid – deze Petrus Datheen dus, berijmde Psalm 23:1-3 als volgt:

MYN Godt voedt my als myn hęerder ghepresen,
Dies sal ick geenes dinghs behoeflick wesen.
In t’groene gras seer lieflick hy my weydet,
End’ aen dat soet’ water hy my geleydet,
Hy verquickt myn siel die seer is versleghen,
Om sijns naems wil, leydt hy my in sijn weghen.

Behalve het “seer is versleghen” van de vijfde regel, heeft Datheen alle vier gedachten uit de Psalm in het Nederlands overgezet. (Er zijn nog gemeenten die het op deze wijze zingen, zoals de Oud-Gereformeerde Gemeente.)

In 1773 wordt een nieuwe Psalmberijming ingevoerd. Die is vol van de geest van de Verlichting en ademt soms de sfeer van de Staatskerk die de Nederduits Gereformeerde kerk – intussen Nederlandse Hervormde Kerk geheten – is gaan vervullen. Er was dus veel verzet, maar dat is nu verstomd in die kerken waarin men de psalmen van 1773 handhaaft, zoals de Hersteld Hervormd Kerk. De Psalmberijming van 1773 klinkt dan als volgt:

De God des heils wil mij ten Herder wezen.
‘k Heb geen gebrek, ‘k heb geen gevaar te vrezen.
Hij zal mij zacht, in liefelijke weiden,
Aan d’ oevers van zeer stille waatren leiden.
Hij sterkt mijn ziel; richt, om Zijn Naam, mijn treden
In ’t effen spoor van Zijn gerechtheden.

Ook hier is alles aanwezig, wat tot de Psalm behoort. Het ” ‘k heb geen gevaar te vrezen” was wel een toevoeging, maar dat is bepaald niet erg, evenmin als “God des heils”.

Twee honderd jaar later komt de Nieuwe Berijming in het Liedboek voor de kerken (in 1973). Dan horen we het zo:

Ik wil van God als van mijn Herder spreken.
Onder zijn hoede zal mij niets ontbreken.
Groen is het land waarin Hij mij doet komen,
fris is de bron die hij voor mij doet stromen.
Hij sterkt mijn ziel en wijst mij rechte wegen,
opdat ik Hem zal prijzen om zijn zegen.

Nu is het niet meer de belijdenis – de Heere IS mijn Herder – maar mijn geloof dat spreekt. Ik wil van God etc. Nu is het land “groen” – en niet het gras zoals bij Datheen – en het zijn niet meer wateren – beekjes – maar een bron. Vreemd voor schapen, die niet bij een bron drinken, maar bij stroompjes water. De wegen van de gerechtigheid zijn nu “rechte wegen”, wat een verzwakking is van de gedachte. En dan wordt toegevoegd – i.p.v. “om Zijn Naam” – “opdat ik Hem zal prijzen om zijn zegen.”

We zijn dus intussen steeds meer kwijt geraakt. En dan komt het. Want wij zingen in onze kerk niet psalm 23 in de versie van 1973, maar gezang 14 (Nieuwe Liedboek: 23b) en dat loopt zo:

De Heer is mijn Herder!
‘k Heb al wat mij lust;
Hij zal mij geleiden
naar grazige weiden.
Hij voert mij al zachtkens
aan waat’ren der rust.

Nu zijn de wegen der gerechtigheid weggevallen, en ook “om Zijn Naam”, en niet alleen dat mij niets ontbreekt, maar nu krijg ik alles waar ik trek in heb: “‘k Heb al wat mij lust.”
Geest van de tijd?

Er is nog deze versie, van Ida Gerhardt, en die luidt zo:

De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken,
Hij wijst mij te liggen in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust.
Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen,
Hij leidt mij in sporen van waarheid
getrouw aan Zijn naam.

Deze werd getoonzet door “Benedictijner en Cisterciënzer monniken” en uitgegeven in 1972.

Wat is de mooiste? Dat heeft natuurlijk ook te maken met de melodie en die van Gezang 14 is werkelijk mooi en eenvoudig. Maar wat is de beste, in de zin dat hij dichtbij de oorspronkelijke tekst blijft? U mag het zeggen.