Volharden in de prediking

Wat zijn de kenmerken van een goede prediking? Of beter gezegd, welke eigenschappen moet een predikant hebben om tot een goede prediking te komen. Want ik wil het nu niet hebben over de uitvoering van de prediking, maar de voorbereiding op de prediking. Wat zijn de beginselen die daarbij een rol spelen?

Ik meen dat we daar het een en ander over vinden in de brieven van Paulus. In de eerste plaats de fraaie tekst uit 2 Korinthiërs 4. “Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here.” Wat betekent dat dan, “onszelf prediken”? De prediking heeft blijkbaar ofwel onze eigen persoon, ofwel Jezus Christus tot onderwerp. Net als in hoofdstuk 1:19, waar we lezen “Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u gepredikt is door ons.” De prediking heeft geen tekst als onderwerp, en geen thema, en is in strikte zin geen boodschap over het een of het ander, maar is een verkondiging van een Persoon. Jezus Christus als Zoon van God, als Here.Wel is het mogelijk dat ik feitelijk mijn eigen geloof, mijn eigen denken, mijn eigen gevoelens tot het onderwerp van de prediking maak. Ik selecteer hier en daar een tekst die mij aanspreekt, of ik herhaal een boodschap die de gemeente al vele malen gehoord heeft, met hier en daar een kleine variatie. Maar dat is niet het echte onderwerp van een preek.

Is onze prediking dan niet eentonig? Heeft het dan elke zondag weer hetzelfde onderwerp? Ja! Als je dat onder “eentonig” verstaat. Het gaat niet elke zondag over hetzelfde, maar wel over Dezelfde. De bijbel is het schriftelijk getuigenis van het vleesgeworden Woord van God. Predikanten verkondigen het evangelie, maar dat is het “evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is.” (2 Kor. 4:4b) Kunnen we dan nooit over het Oude Testament prediken? Natuurlijk wel, want we kunnen verkondigen wat er in Mozes en de profeten over Jezus Christus geschreven staat, en de waarheid van God is onveranderlijk, ook al vinden we die in het Oude Testament als het ware onder een sluier. Maar die sluier of bedekking “wordt tenietgedaan in Christus.” (2 Kor. 3:14b)

Andere aanwijzingen voor de voorbereiding van de prediking vinden we in de tweede brief aan Timotheus. We kunnen dat in een aantal punten samenvatten.

  • “Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt.” (Vers 14)
    Dat is het eerste punt, vasthouden aan wat je hebt geleerd, omdat je de persoon vertrouwd van wie je het geleerd hebt. Dat gaat niet om een of andere leraar aan de Universiteit. Maar er is altijd wel iemand in je verleden die deze bijzondere positie inneemt, die het je geleerd heeft. Dat persoonlijke onderwijs is van groot belang. Het geeft ons de zekerheid van wat we geleerd hebben, omdat ze in de persoon van die leraar kunnen zien dat het waar en waarachtig is wat we geleerd hebben. Van wie heb ik het geleerd? Van iemand die al overleden is voordat ik ging studeren: Karl Barth, en van iemand die nu nog predikt: John MacArthur.
  • “En u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid.”
    Uiteraard is dat het tweede. Grondige kennis van de bijbel, niet als object van academisch of historisch onderzoek, maar als de schriftelijke vorm van Gods Woord. Dan kunnen de Bijbelse teksten ons “wijs maken tot zaligheid.” En dan is het fundament van onze kennis van de bijbel: “het geloof dat in Christus Jezus is.”
  • “Te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.”
    Hier vinden we tenminste vier verschillende vormen van de prediking. Onderwijs – opdat de gemeente de waarheid leert kennen om op grond van die kennis ook te leven. Weerlegging – omdat er tegenspraak is tegen de waarheid, en de predikant de plicht heeft om onwaarheid te weerleggen, het evangelie te verdedigen, vooral wanneer het door valse leringen verborgen dreigt te raken. Verbetering – opdat wij zouden groeien in geloof hoop en liefde. Het evangelie reikt ons de instrumenten aan om ons gelovige leven te verbeteren. En tenslotte opvoeding in de rechtvaardigheid – de uitleg van de wil van God voor het dagelijkse leven. Een dergelijke preek wordt dan vaak een vermaning genoemd.

Vasthouden aan de leer, ondergedompeld zijn in de kennis van de bijbel, en daarmee onderwijzen, weerleggen, verbeteren en opvoeden. Dat is wat deze tweede brief aan Timotheus ons duidelijk maakt.

Paulus schrijft deze brief aan Timotheus in hele bijzondere omstandigheden. Hij roept hem daarom op: “predik het Woord.” Niets anders dan het woord. Waarom deze nadruk? Hij vervolgt met de woorden: “Volhard daarin, gelegen of ongelegen.” Ook als mensen zouden zeggen dat het hen niet zo past, dat ze wel eens wat anders willen horen, dat ze het eentonig vinden, dat ze er genoeg van hebben om steeds maar over Dezelfde Persoon te horen prediken, ook dan zegt Paulus: “Volhard daarin.”

Waarom dit zware accent? Het derde vers van hoofdstuk vier geeft het antwoord. “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt” – wat prettig is om te horen, wat geen aanstoot geeft, waardoor ze niet hoeven na te denken, iets dat aansluit bij de opvattingen en meningen die ze al hebben – “en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerte” – je kiest gewoon de predikant in een gemeente die dichtbij je staat in overtuiging, zodat je niet geprikkeld wordt tot nadenken of tegenspraak hoort tegen je meningen. “Die tijd zal komen”, zegt Paulus, maar ik zeg u, dat die tijd al gekomen is. “Zij zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.”

En in die situatie kan Paulus alleen nog maar oproepen om nuchter te blijven en “Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle.”

Dat is wat tegenwoordig van een predikant gevraagd wordt: onderwijzen, weerleggen, verbeteren en opvoeden; volharden in de prediking van het woord met “alle geduld en onderricht.” En verdrukkingen lijden omdat mensen de gezonde leer niet langer verdragen, maar zoeken wat het gehoor streelt.

Het is niet makkelijk om een dienaar van het Woord te zijn. Hoe vaak heb ik nu al niet gedacht dat ik het zou moeten opgeven? Maar ik heb mij de woorden van Paulus eigen gemaakt: “De Here heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht geven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden.” (2 Timotheus 4:17)