Lied en preek – een fragment

Klein fragment van de Bijbelbespreking van donderdag 11 december.
De discussie ging even over de samenhang van de liederen en de preek.

De contextuele preek (Over preken… deel 5)

Het idee achter dit type preek is, dat we niet alleen bezig zijn met de context van de tekst. Dat was wel een van de voorwaarden van een goede exegese. Elke predikant leest natuurlijk ook de teksten met zijn eigen bril. Eigen ervaringen en verwachtingen en verlangens spelen een rol bij het interpreteren van teksten. Maar het verhaal van toen wordt hier en nu verteld. Het milieu en de sociale en culturele omstandigheden van de toehoorders, zijn de context waarin dat verhaal tot spreken wordt gebracht. Het maakt verschil of je een preek hoort in onze moderne en vrije welvaartsstaat, of in een vervolgde, ondergrondse gemeente in China.

Dat houdt in dat we naar twee kanten toe kritisch moeten zijn. De eigen maatschappelijke vooroordelen mogen niet zomaar als uitgangspunt worden genomen bij het lezen van de tekst. De boodschap van de Bijbel mag niet worden aangepast aan het culturele milieu van de toehoorder.

Wat wel moet gebeuren is het aantonen van de relevantie van het Bijbelse verhaal, als kritische boodschap tegenover onze vanzelfsprekendheden. Een Bijbelse prediking geeft een boodschap van bevrijding en verlossing die voor iedereen, ongeacht de eigen context, relevant is.

Naar mijn gevoel moeten we vooral de kritische element – de Bijbelse boodschap staat boven ons – benadrukken. Wij hebben belang bij het kritisch doorlichten van onze eigen vanzelfsprekende omstandigheden. De Bijbel is het woord van de Ander bij uitstek. Hier mag men niet – en dat deed mijn gewaardeerde docent destijds wel – te makkelijk spreken over de menswording van God. Omdat God in Jezus ons bestaan gedeeld heeft, heeft hij ook onze verschillende culturen geheiligd. Zodat naast de Griekse en Romeinse en joodse cultuur ook de Germaanse en andere culturen, dat wil zeggen hun talen, gewoonten, en religieuze symbolen en kunstvormen, nu allemaal geëigend zijn om het evangelie tot uitdrukking te brengen. Voor mij is dat onaanvaardbaar.

Onze cultuur wordt opgeroepen tot bekering – iets wat mijn docent natuurlijk ook wel zag – en bovendien wordt zij radicaal onder het oordeel geplaatst – en dat zag hij niet zo helder. De contekstuele preek is dus een middel om de eigen vanzelfsprekend geworden cultuur onder kritiek te plaatsen. Onze vanzelfsprekende "Nederlandse" ervaringen, overtuigingen, zeden en gewoonten, ook al zijn die nog zozeer door de jongste kerkgeschiedenis mede bepaald, toch zijn die niet geheiligd. Integendeel! Onder veel van onze opvattingen en vanzelfsprekendheden zitten inhumane en anti-Messiaanse motieven.

Het hoort dus bij de contextuele preek om datgene ook aan het licht te brengen, wat voor ons allen verborgen is, juist omdat we het zo vanzelfsprekend vinden. Er is een geest van de tijd werkzaam, die we met de Heilige Geest moeten uitdrijven.

Verschillende typen preken (Over preken… deel 4)

Onze moderne tijd is een beeldcultuur. Je zou daaruit de conclusie moeten trekken, dat je daar ook in de preek er rekening mee moet houden.

Hoe hebben wij over het algemeen met taal te maken? Ga maar na. Het is altijd een snelle en compacte communicatie. Het gaat om krantenkoppen, headlines en soundbites. Alles moet gezegd worden in korte, pakkende, heldere beeldtaal. De boodschap lijkt minder belangrijk dan de verpakking. Het gaat dus steeds minder om de inhoud van de preek maar steeds meer om de presentatie. Mag dat?

Sommigen, zoals mijn gewaardeerde docent homiletiek destijds, zullen zeggen dat het zelfs moet. De prediker moet nu eenmaal rekening houden met de kenmerken en het karakter van zijn publiek. Maar hoe kan het dan, dat preken in de Christelijk Gereformeerde traditie nog steeds drie kwartier duren? Hoe kan het dan, dat zelfs in moderne gemeenten van de Baptisten, een preek meestal 50 minuten duurt? Is het dan alleen maar het publiek, de toehoorder in ons type kerk, dat last heeft van dit concentratieverlies?

Hier zou je een beschouwing kunnen inlassen over het verschil tussen de toehoorders in het ene type kerk en het andere type kerk. Dat zal ik niet wagen. Vandaar dat ik nog alleen maar wil zeggen, dat het idee dat wij ons niet langer dan 15 à 20 minuten kunnen concentreren, mij eerder een vooroordeel lijkt te zijn.

Maar nu eerst even iets anders. Laten we dan maar eens kijken naar de presentatie. Dan moeten we – zo werd mij geleerd – eerst eens gaan kijken naar de bedoeling van de preek, de intentie. Wat beoog je met de preek?

Er zijn verschillende mogelijkheden, en die hangen af van de omstandigheden en van het karakter van de toehoorders. Een preek kan willen informeren, onderwijzen, tot bekering oproepen, vermanen, bemoedigen, troosten, of hoop en vertrouwen geven. De predikant treedt daardoor op in steeds andere rollen. Hij is leraar, mede-leerling, pastor, priester, profeet, pleitbezorger, therapeut, entertainer. Geen enkele predikant kan dat allemaal zijn en zeker niet met dezelfde deskundigheid. Achter al deze mogelijkheden zit intussen wel één enkele motivatie. In ieder geval moet de prediker tot doel hebben de oorspronkelijke betekenis en de relevantie van de Bijbelse tekst aan het licht te brengen. Dat is de achtergrond van de keuze tussen de verschillende mogelijkheden van presentatie.

Ik leerde dat er vier fundamentele typen preken zijn die dan ook op vier verschillende vormen van presentatie gebaseerd zijn. Zelf heb ik altijd gedacht dat er nog een vijfde en zesde te onderscheiden zijn. Ik zal ze nu noemen, en in een volgende blog zal ik proberen de waarde en de grenzen van elk van deze vormen van de preek aan de orde te stellen.

Dit zijn ze:

  1. De contekstuele preek
  2. De profetische preek
  3. De politieke preek
  4. De narratieve preek
  5. De pastorale preek
  6. De ethische preek

Over deze typen van preken later nog meer.

 

De lengte van een preek… (Over preken… deel 3)

Een van de grootste moeilijkheden bij het preken is de lengte van de preek. Wij leven in een cultuur waarin het kijken en het beeld dominant zijn geworden. Het woord is minder belangrijk geworden. Je zou je kunnen afvragen of in een beeldcultuur de preek nog machten is om haar doel te bereiken. En het doel van de preek is toch onderwijs en bemoediging. Onderwijs en bemoediging zijn toch eigenlijk alleen maar over te dragen met behulp van taal.

Het is een algemeen aanvaard oordeel in onze tijd, dat vele mensen zich niet langer dan 15 à 20 minuten op een preek kunnen concentreren. Hoe was dat dan vroeger, toen preken wel een uur lang konden duren?

Ik vraag me af of het niet al te gemakzuchtig is om mee te gaan met dit algemene vooroordeel. Het is waar dat je tijdens een toespraak wel eens kunt worden afgeleid. Het is ook waar dat een vervelende toespraak die een half uur duurt een kwelling kan zijn. Maar dat ligt niet per se aan het fundamentele en universele onvermogen van de toehoorder om lang naar iets te luisteren. Diezelfde toehoorder vindt het geen enkel probleem om naar een film te kijken die 2 uur duurt. Is die toehoorder dan geconcentreerd aan het kijken? Maar een film van die lengte wordt op televisie vertoond met reclameblokken die de kijker de gelegenheid geven even te ontspannen. En tijdens het kijken naar de film zijn er vanzelfsprekend ook momenten dat de aandacht even is afgeleid.

Mijn stelling zou zijn dat die momenten van wegdromen en niet kunnen volgen van de preek helemaal niet erg zijn. Je kunt de draad altijd wel weer oppakken. En er zal in menige preek toch altijd wel iets zijn wat jou aanspreekt, terwijl andere delen ervan misschien wel voor anderen in de gemeente bedoeld zijn.

Ik denk dat het niet gaat om het onvermogen om je te concentreren, maar om het feit dat moderne mensen minder tolerantie hebben voor momenten van verveling en zich ergeren aan het feit dat ze zelfs even zijn afgeleid.

En daar komt dan nog bij dat we eraan gewend zijn om dat gebrek aan concentratie dan niet aan onszelf toe te schrijven, maar de vertoning of de toespraak de schuld ervan te geven.

Wellicht is het uiteindelijk allemaal een kwestie van gewenning en van jezelf aanleren om geconcentreerd te blijven luisteren. Mij helpt het altijd om op papier of in gedachten aantekeningen te maken van wat ik hoor. Dat helpt bovendien mijn geheugen achteraf om te kunnen navertellen wat ik gehoord heb. Een stukje papier en een pen, je eigen bijbel meenemen naar de kerk zodat je kunt meelezen of kunt herlezen waar de preek over gaat: het zijn allemaal simpele middelen om de concentratie te verlengen.

Ik wil daarmee niet zeggen dat de schuld uitsluitend bij de toehoorder ligt. Maar daarover een andere keer. Want dat is de vraag hoe de predikant in de moderne tijd bij machte is om zijn gehoor werkelijk te boeien. Wat is dan nodig?

 

Over preken… deel 2

Een preek is een uitleg van de Bijbelse tekst. De tekst heeft zelf iets te zeggen. Je mag de tekst niet laten buikspreken, dat wil zeggen er zelf iets inleggen of uithalen. Daarom is er een grondig onderzoek van de tekst nodig, de exegese. Dat is vooral het terrein waarop de deskundigheid van de predikant aan het werk gaat.

De volgende vier stappen zijn daarbij noodzakelijk:

  1. De oorspronkelijke tekst moet niet alleen worden gelezen en bestudeerd in een of andere vertaling, maar in de oorspronkelijke Bijbeltaal. Dat betekent dat elke predikant een goede kennis moet hebben van de talen van de Bijbel: het Grieks voor het Nieuwe Testament en het Hebreeuws voor het Oude Testament. Als je in de vertaling het woord “zonde” tegenkomt, moet je daar niet zelf allerlei fantasieën op loslaten, maar goed beseffen wat het woord in de oorspronkelijke taal betekent.
  2. Elke tekst heeft ook een geschiedenis. Die geschiedenis moet goed begrepen worden. Zo is het van belang om te weten wat het verschil is tussen de Openbaring van Johannes en het boek van de Psalmen. Die twee boeken uit de Bijbel zijn in verschillende tijden, in verschillende talen, met een verschillend publiek en met een ander doel geschreven. Daar hangt hun betekenis van af.
  3. Elke tekst heeft ook een context. Bijbelse teksten zijn bouwstenen in een groter geheel. Dat grotere geheel moet je ook kennen. Elk woord staat in een zin, elke zin staat in een verhaal of een ander type tekst, en die staan weer in een ruimer verband. Zo horen de vijf boeken van Mozes bij elkaar en vormen de 150 psalmen een geheel. Je mag teksten en worden niet uit hun verband rukken en misbruiken.
  4. In zijn omgang met de tekst heeft de predikant een dubbele loyaliteit. Hij is in de eerste plaats solidair met de oorspronkelijke schrijvers. Die schrijvers zijn Gods gezanten. Daarom moet hij zo zorgvuldig mogelijk doorgeven wat zij over de zaak van God hebben bericht. Aan de andere kant moet hij het allemaal zo overbrengen, dat de toehoorders het kunnen verstaan. Dat is ook in hun belang. De zaak van de toehoorders mag ook niet worden verraden.

Elke preek blijft daarom een waagstuk. Aan de ene kant is dat het waagstuk van de predikant die zich in de tekst verdiept – begrijpt hij het wel? Aan de andere kant is dat het waagstuk van de overdracht – is de preek ook interessant en relevant? Elke predikant zal met deze beide zaken te maken krijgen. Het is denkbaar dat hij de Bijbelse tekst goed uitlegt, zonder dat de toehoorder wordt geraakt. Dat is niet alleen maar de schuld van de prediker. Maar hij kan ook zo geconcentreerd zijn op het aanspreken van de toehoorders, dat zij wel genieten van de toespraak, maar niet werkelijk worden geconfronteerd met de boodschap van de Bijbelse tekst. Dat is ook een vorm van verraad, al zal de gemeente daar niet altijd over klagen.

Over preken… deel 1

Er moeten mij een paar dingen van het hart over preken.

Het is alweer jaren geleden dat ik studeerde voor predikant. Één van de vakken waarin ik werd onderwezen was de preekkunde, of homiletiek. Ik heb eens zitten bladeren in de reader die ik voor dat vak bestuderen moest.

Een van de vragen die werd behandeld was deze: wanneer is een toespraak nu een preek? In ieder geval moet een preek een vertolking en uitleg zijn van een Bijbelse tekst. De Schrift moet worden vertaald. In beginsel zou iedereen dat kunnen. Een niet theologisch geschoolde preker is zeker in staat om een uitleg van de bijbel te geven. Maar de prediking in de kerk moet betrouwbaar en geloofwaardig zijn. Vandaar dat aan de prediker een aantal eisen kunnen worden gesteld, vandaar dat het hier toch ook gaat om een vak waar je een bepaalde deskundigheid voor nodig hebt.

Maar wanneer is een toespraak in de kerk nu een preek? Een van mijn leraren (Sonny Hof) legde het zo uit. (Althans zo heb ik het mij herinnerd.) Neem nu eens het verhaal van de Emmaüsgangers. Onderweg van Jeruzalem naar huis spreken zij met elkaar over alles wat er gebeurd was. Dat gesprek met elkaar is in het Grieks een “homilia.” Vandaar dat de preekkunde ook wel homiletiek genoemd wordt. Maar wat gebeurt er nu onderweg? Zo staat het in Lucas 23. Zij “spraken met elkaar over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hem kwam en met hen meeging.” Om deze drie dingen gaat het dus.

  1. Er is een gesprek met elkaar. De toespraak van de predikant of de preek is geen monoloog waarin het alleen maar gaat om de eigen ideeën en gevoelens van de predikant. Om een dubbele reden niet. Hij moet de Schrift vertolken en hij moet het doen in de vorm van een gesprek met de toehoorders.
  2. Dat gesprek gaat over alles wat gebeurd is. Wat gebeurd is is in ruime zin te verstaan als de daden van God in de geschiedenis. Het gaat niet om een fantasie of om een gevoel maar om de werkelijkheid van God bidden Zijn schepping.
  3. In dat gesprek komt Jezus zelf erbij en gaat met hen mee – Hij raakt betrokken in het gesprek, komt centraal te staan in de uitleg, in de preek, zoals Hij ook centraal staat in de Schrift die wordt uitgelegd.

Dat dus is in ieder geval preken. De Schrift uitleggen in de vorm van een gesprek op zo’n manier dat Jezus zelf de kern van de toespraak wordt.